zaterdag 8 oktober 2011

Zondag 9 oktober




De dag begon koud. IJskoud. We worstelden ons uit ons bed omdat we ons hadden voorgenomen vroeg op pad te gaan. We wilden vandaag een berg beklimmen. Daarvoor moet je vroeg uit de veren. Maar, goede hemel, wat was het koud. De vorstwolkjes stoomden uit onze mond of neus wanneer we uitademden. Tijdens het rijden hebben we de kachel van de wagen hoog gezet. Volgens de temperatuurmeter op het dashboard was het buiten een kleine 2 graden. Je kan wel merken dat we de zuidpool inmiddels dicht zijn genaderd.

Het plan was om Key Summit te beklimmen. Deze reuzeheuvel (een berg mag je een hoogte van 919 meter geloof ik niet noemen), ligt op de weg naar Milford Sound, de toeristische tegenpool van Doubtful Sound waar we gister waren. De track is populair onder dagjesmensen. De wandeling laat het fjordenlandschap in al haar schoonheid zien. Althans, niet de fjorden, maar wel het berglandschap waar het midden in ligt. Enfin, bij de betreffende parkeerplaats de camper neergezet en op weg naar boven.



Het pad liep direct steil de hoogte in en bleef dat het volgende kleine uur ook doen. We liepen door het ons inmiddels enigszins bekende regenwoud, wederom omringt door allerlei vogelgeluiden. We moesten regelmatig een beekje of een kleine waterval oversteken. En het pad bleef omhoog voeren. Het pad was goed begaanbaar. Soms was een deel door een heftige regen of een kleine steenlawine weggegleden, maar de richel die overbleef was breed genoeg. Soms lag er een boom over het pad heen en dat betekende dan klimmen of diep door de knieĆ«n. We voelden ons weer echte ontdekkingsreizigers. En warm, ja. Goede hemel wat kregen we het warm. Steeds meer kledingstukken gingen uit. En we waren alleen, dat ook. Ondanks de zondag en de strakblauwe lucht, waren we blijkbaar als enige op het idee gekomen om op zo’n onzalig vroeg tijdstip (alhoewel, het was 11 uur toen we begonnen te lopen, na een autorit van ruim 2 uur) een klim te wagen.

Toen we na ruim drie kwartier doorklimmen de top bereikten, vielen we weer stil. Het uitzicht was wederom adembenemend: overal om ons heen besneeuwde bergruggen, watervallen, beekjes en ga zo maar door. We stonden in een enorme wijdsheid en de enige geluiden waren die van de vogels, de wind en het schuren van onze jassen.



Eenmaal weer bij de camper besloten we om door te rijden naar Milford Sound: dit fjord is namelijk wel via een autoweg te bereiken.

Een spectaculaire weg.

Natuurlijk. Hoe kan het anders.

Sneeuw, watervallen, klimpartijen en flinke afdalingen. You name it. It’s there. De apotheose is een tunnel. 

Een tunnel? 

Ja, dat wil zeggen, een Nieuw Zeelandse tunnel. Ze zijn er erg trots op. Maar de tunnel is net te smal voor twee auto’s. Het lukt wel, maar het houdt niet over. En, wanneer je de tunnel inrijdt, duikt je auto direct in het donker een steile diepte af. Recht omlaag, zo lijkt het wel. Je gaat nog net niet over de kop, bij wijze van geintje. Zo’n tunnel. Enfin, hierna zijn de resterende haarspeldbochten kinderspel en uiteindelijk bereik je Milford Sound. Daar is niks an. Alles is gericht op toeristen: er is een haven voor de vele afvaarten van rondvaartboten, er is een vliegveld waar om de 10 minuten een vliegtuig opstijgt of een helicopter. Maar als je een kopje koffie wilt drinken, dat lukt niet. Hier gaat het wel erg letterlijk om de reis die het doel van de tocht is. 

Of zoiets.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten