Vanmorgen moest ik me bij het wakker worden voor het eerst even serieus afvragen waar ik was. Alle voorgaande nachten was ik om een uur of zes wakker geworden doordat iedere wervel in mijn rug voelbaar was door het harde matras van de camper. Geen twijfel mogelijk over waar ik me bevond. Vannacht echter sliepen we op een aupingmatras met electrische deken in een lodge. Het ontwaken was hier meer een langdurige worsteling tussen het lijf (wat wilde blijven liggen op het comfortabele matras en in de warmte) en de geest die steeds harder begon te protesteren tegen het langdurig blijven liggen. Ze werden het niet eens, die twee en ik denk dat ik daarom ook verward was over waar ik me bevond. Het bleek de lodge in Invergargill te zijn, één van de meest zuidelijke plaatsen van Nieuw Zeeland, dicht bij de Zuidpool dus. En toch bleek het vanmorgen heerlijk lenteweer met een temperatuur die al opliep naar de 20 graden. Alleen een harde, hele harde wind. Dat was weer een beetje jammer.
We reden naar Herman en Hennie van der Kruit. Zij wonen in Centre Bush, een nietige vlek onder Winton, een iets grotere vlek. De omgeving is landelijk: glooiende heuvels, overal bloesem in de bomen. Jong vee, lammetjes en kalfjes springen in de wei en, voor ons heel opvallend, complete kuddes herten als graasvee in het weiland. De dorpen ademen eenzelfde landelijke sfeer. De mensen hebben er de tijd, ze maken zich niet snel druk. Toen ik wilde tanken, kwam de dame van het tankstation naar buiten en bood aan om het tanken van me over te nemen. Ondertussen begon ze een uitgebreid praatje, want daar zijn ze hier gek op, praatjes. Vriendelijke mensen dus.
Het bezoek aan Hennie en Herman was aangenaam. We werden op bijzonder gastvrije manier ontvangen. Hun huis biedt aan alle kanten mooie doorkijkjes op de omgeving: de heuvels, de weilanden. De tuin is prachtig aangelegd: borders met bloemen, bomen vol bloesem, in een aangrenzende wei grazen een koe en een stier en ook nog een oud schaap (alle van Herman en Hennie). Kortom, een paradijselijke omgeving. Alleen die wind, die was zo hard dat we toch maar binnen zijn gaan zitten. Bijzondere mensen bij wie je je onmiddellijk op je gemak voelt. Belangstellend en vol verhalen over hun avonturen in het Nieuw Zeelandse en met hun dochter en haar gezin. We zouden er wel dagen hebben kunnen doorbrengen, maar daarvoor ontbrak de tijd: we willen weer naar het Noorden, richting Petra en Vincent. Uit ervaring weten we inmiddels dat we die reis niet in 1 dag willen doen. Dus toch maar weer verder.
Ons oorspronkelijke plan om via de kust weer omhoog te rijden, werd op vriendelijke doch genadeloze wijze afgekeurd door Herman. Het werd dus toch de weg binnendoor. We gingen weer richting Mount Cook en het berglandschap. En toen we hier reden, begrepen we ook weer waarom. Wat een prachtig land, ook om doorheen te rijden.
Onderweg nog even stilgestaan bij de bron van alle thrill-seeker-madness: de eerste brug van waaraf werd ge”bungeejumped”, de Kawarau-bridge. We hebben even staan kijken. De brug hangt boven een ravijn met wildstromend water, natuurlijk. En vanaf de rand werd gesprongen. Vakkundig, professioneel en bijna klinisch werden de gegadigden afgewerkt. Het blijft gekkenwerk en de toegevoegde waarde ontgaat mij volkomen. Maar dat zal niemand verbazen J
We zijn uiteindelijk gestopt in Omarama. Vlak voor Mount Cook. Nu maar hopen dat deze morgen een keer niet in de mist is gehuld. We zullen zien…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten