zaterdag 1 oktober 2011

Zondag 2 oktober



Vandaag zijn we met  Petra en Vincent een paar dagen op pad gegaan naar de westkust. Het zuidereiland van Nieuw Zeeland wordt min of meer in tweeën gesplitst door de Alpen, een indrukwekkende bergketen. Vanuit Rangiora kun je via Arthurs pass de bergketen doorsteken.

Arthurs Pass is een weg door een imposant landschap. Links en rechts rijzen de bergen hoog op. Op de toppen zie je sneeuw liggen, er zijn uitgestrekte bossen en veel van het land bestaat uit kale vlakten bezaaid met grote en kleine keien. Op veel plaatsen komen bergbeken omlaag, soms via een waterval. De weg slingert zich zo moeizaam, ongeveer 100 kilometer naar het westen. Onderweg passeer je kleine plaatjes. De huizen zijn hier armoedig, er is een winkel, een benzinetank, een kroeg en soms een kerk. De daken zijn van golfplaat en de huizen zelf van hout. Geen idee waar de mensen hier van leven. Je ziet weinig dieren, schapen, natuurlijk en ook koeien. De kea, een papegaai-achtige vogel, zoekt de parkeerplaatsen onderweg op. Het zijn imposante vogels die uit zijn op de brood- en andere etensresten van de toeristen. Ze schijnen ook dol te zijn op het rubber van de autoruit, maar daar hebben we zelf niets van gemerkt.



Petra liet ons onderweg nog Castle Hill zien: een heuvel waarop wonderlijk gevormde rotsen hoog boven je uitsteken. De rotsen lijken wat op de restanten van een kasteel, vandaar, Castle Hill. Ze zijn echter volkomen natuurlijk. Het is, zo vertelde Petra, vroeger een heilige plaats van de Maori’s geweest. Ze begroeven hier voor hen belangrijke leiders. Toen het aantal toeristen hier toenam, hebben de Maori’s besloten de graven te verplaatsen.  Tegenwoordig worden de rotsen gebruikt door jongeren die, ofwel met touwen ofwel met de blote hand, tegen de rotsen omhoog klimmen. Petra heeft dit enkele weken geleden ook met een vriendin gedaan. Ik heb ze eens bekeken en genoten van hun wonderlijke vormen. Er is bij mij geen enkele aandrang om er tegen op te klauteren.

In Arthurs pass, het is behalve een natuurpark ook een dorpje, hebben we geluncht. Wat kun je verwachten: juist, worst, een soort aardappelpuree en sju, veel sju.

Na veel bochten en klim- en afdalingen, arriveerden we aan de westkust, Greytown. De naam van de plaats is begrijpelijk: vanuit de oceaan drijft een lichte mist over het landschap. De lucht is dus grijs in vele tinten. Overal hoor je het geluid van de golven die stukslaan op de kust. De camping lag pal aan zee. Tijdens een korte wandeling over het strand, vonden we verschillende zeehonden, twee bleken dood te zijn, één leefde en keek verstoord op toen we hem naderden. Verrassend snel wist het beestje zijn weg terug de zee in te vinden. Ondanks de sterke branding en metershoge golven, verdween hij in rap tempo uit zicht.

Vandaag is een belangrijke rugbydag: de All Blacks spelen tegen Canada. De wedstrijd bleek niet overdreven spannend: de All Blacks liepen gewoon over de Canadezen heen. Vanavond schijnt er nog een belangrijke regionale wedstrijd te zijn die door ons in een kroeg in het stadje zal worden bekeken.  Ik  moet nog even puzzelen op een smoes om hier onder uit te komen J

Geen opmerkingen:

Een reactie posten