We verlieten de kroeg toen zo ongeveer iedereen in een lyrische stemming luidkeels zat te juichen. Iedereen waren in dit geval Fransen die genoten van hu overwinning op de Engelsen tijdens de kwart finales van het wereldkampioenschap rugby. Eerder hadden we al de ondergang van het Ierse team bekeken, door toedoen van de Walsh-spelers. Om de twee wedstrijden te kunnen blijven volgen in de kroeg, hadden we een maaltijd genoten, enkele drankjes, een dessert en uiteindelijk toch ook nog maar samen een portie spareribs gegeten. Hierna hadden we van alles genoeg: eten, drank en rugby.
De geslaagde avond was een waardige afsluiting van een gedenkwaardige dag. Gisteravond noemde ik het foto-album op facebook: “wie kent nog een vorm van overtreffende trap voor mooi…”, vandaag hebben we die gevonden: Doubtful Sound.
Doubtful Sound ligt in het grootste natuurpark van Nieuw Zeeland, het fjordland national park. Een immens gebied aan de zuidkust, onherbergzaam, dooradert met zeearmen, fjorden en overal beekjes, meren en supermeren. De bekendste fjorden zijn Milford sound en Doubtful sound. We kozen voor Doubtful sound omdat dit minder toeristisch is. Het natuurschoon is van beide vergelijkbaar: overweldigend. Bijzonder van Doubtful sound is dat het niet over de weg te bereiken is. Om er te komen moet je het Manapourimeer over: het 5e meer, wat grootte betreft, van Nieuw Zeeland. Aan de overkant wordt je in een bus gezet die je over een onverharde weg een idioot hoge pas overbrengt, naar een haventje, waar je weer overstapt op een boot die je uiteindelijk Doubtful sound opbrengt.
De boottocht over het Manapourimeer is al van een enorme schoonheid, maar iedere vorm van taal ontglipt je wanneer je de indrukken moet beschrijven die Doubtful sound op je maakt. Je verzandt in nietszeggende superlatieven en clichématig gestamel. Het enige wat rest is, mond houden en genieten. Dat is ook precies wat halverwege de boottocht gebeurt: de machines van de boot worde stilgelegd en iedereen wordt verzocht zijn of haar mond te houden. Opeens hoor je van alle kanten vogelgeluiden, het klateren van beekjes en watervallen en het zachte klotsen van de golven tegen de boot. De bergwanden rijzen hoog boven je uit. De meest stijle wanden zijn begroeid met bos en hoge varens. Op de toppen ligt sneeuw. Overal watervallen. Je vaart de Tasmaanse zee op en je ziet een kolonie zeehonden. We varen terug het fjord op en opeens wordt de boot begeleid door een groep van zeker 6 dolfijnen. Deze dieren zijn wel 4 meter lang en ze zwemmen rustig voorbij, enkele kleintjes bij hen.
Op de terugweg worden we nog een waterkrachtcentrale ingebracht. De touringbussen verdwijnen met ons een berg in en nemen ons 2 ½ kilometer mee, ze brengen ons zo enkele honderden meters de berg in. Het is teveel. Het blijft maar doorgaan.
Vandaar die rugbywedstrijden in de kroeg. Gewoon even geen natuur. Geen watervallen, Geen dolfijnen. Gewoon een Guiness, spareribs en domweg genieten van het spel. Jammer dat die Fransen wonnen, dat wel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten