zondag 16 oktober 2011

Zondag 16 oktober



De straten worden stil. Ergens klinkt nog een verdwaalde auto. Ergens gilt een dronken man, te ver heen om te beseffen wat er om hem heen gebeurt. In ieder restaurant, iedere pub en op iedere andere plek waar mensen bijeenkomen, staan immense televisieschermen opgesteld.

Het is de avond van de halve finales van het wereldkampioenschap rugby: the all blacks moeten uit tegen Australië. De wedstrijd is vergelijkbaar met een voetbalwedstrijd tussen Nederlands Oranje en de Duitse Mannschaft.  Op onze hotelkamer hangt een groot scherm, waar Anita en Petra onmiddellijk achter kruipen. Ik realiseer me dat rugby bij mij dezelfde koortsen veroorzaakt als voetbal: niks, noppes, geen enkele reactie. Het laat me volkomen koud.

Ik begin dus maar aan het verslag van vandaag.

Die dag begon in Blenheim. De regen was verdwenen, de lucht was blauw en er scheen een warm lentezonnetje. Petra werd op de camping afgezet en gezamenlijk vertrokken we naar Picton, een havenplaats vanwaar we het veer naar Wellington op het Noordereiland zullen nemen.

Dat veer bleek ongeveer net zo’n indrukwekkende boot te zijn als de boten die tussen Nederland en Engeland varen. De tocht zou drie uur duren.



De kust van het Zuidereiland hier is een fjordenkust en Picton ligt diep in één van de vele fjorden. De boottocht gaat het eerste uur door een indrukwekkend fjordenlandschap, vervolgens steek je in een uur de “Cookstreet” over: dit is dus de grote oceaan en die enorme boot golft vrolijk mee met alle bewegingen die dit enorme water maakt, tenslotte buig je een enorme baai in. Na nogmaals een enorme bocht in deze baai, vaar je recht op Wellington af. Dat is wel een cultuurschok na bijna 4 weken Zuidereiland: een enorme stad met wolkenkrabbers en eindeloze buitenwijken tegen de hoog langs de stad omhoogstekende heuvels aangebouwd.

We hebben gereserveerd in het Cambridge-hotel. Een hotel uit de 19e eeuw. De stad zelf spreekt ons onmiddellijk aan: veel restaurants, mooie parken, 19e eeuwse gebouwen, kortom, een stad vol leven. Maar vanavond draait alles dus om de rugby. Werkelijk ieder meisje op straat heeft een zwart mokro-symbooltje op de wang getekend, veel jongens dragen hun rugbyshirt. Auto’s hebben all-black vlaggetjes uit de ramen hangen. Kortom. Rugby.

We eten bij de 4 Kings. Een trendy tent volgehangen met televisieschermen. Het eten is er goed, maar, we weten het inmiddels, veel te veel. De jongeren in het volgepakte restaurant verkeren in nerveuze afwachting. Nog een uur en dan begint het.

Op de televisie betreden de grootste helden van het zuidelijk halfrond het speelveld. Maoristrijders maken zich klaar voor de hakka. De pompeuze muziek zwelt aan. Een Australische Jan Smit heft het Australische volkslied aan. Een NieuwZeelandse heft hun volkslied aan. Het is allemaal nog niks, iedereen wacht natuurlijk op de hakka. In het stadion met 50.000 bezoekers neemt de spanning toe, die zich volledig ontlaadt als het Nieuw Zeelandse team uitbarst in de Maori-strijdkreten. Het stadion wordt afgebroken en de teams stellen zich op voor de wedstrijd.

En in Nederland wordt nauwelijks aandacht besteed aan dit enorme festijn.



Omdat het hotel alleen wifi in de lobby heeft, ga ik daar maar zitten. Het bevrijdt me niet van de rugby. Al het personeel, zonder uitzondering jongeren, zitten gemagnetiseerd voor de buis en reageren heftig op de beelden. Terwijl ik toegang tot het netwerk koop, valt de eerste try en wordt iedereen gek. Ik voel me zoals ik me in Nederland voel tijdens een WK waarbij Oranje in de finale staat: een absolute idioot. Maar ik kan het ook niet veinzen: ik begrijp de hele consternatie gewoon niet. Inmiddels komen er nieuwe gasten binnen die volkomen worden genegeerd. Het interesseert ze niet, ze staan onmiddellijk mee te gillen voor de televisie. De All Blacks leiden de wedstrijd.

Ik laat het dan ook allemaal maar gebeuren. Morgen gaan we naar het belangrijkste museum van Nieuw Zeeland: Te Pappa.

1 opmerking:

  1. Hoi Eric,Anita en Petra
    Wat een mooie bootreis was dat hè?
    Je zegt wel dat er in Nederland geen aandacht wordt besteed aan rugby maar wij zitten nu ook te kijken en gisteren hebben wij ook gekeken.
    Morgen gaan jullie naar dat museum nou dat is prachtig en mega groot,voor een mooi uitzicht is het ritje met de tram omhoog ook leuk dan kom je ook bij de botanische tuin van Wellington.
    Nou Eric de wedstrijd is bijna voorbij dus dan zijn Anita en Petra weer aanspreekbaar.
    Geniet nog een paar dagen en knuffel Peetje maar goed.
    Groetjes Jan en Ria

    BeantwoordenVerwijderen