![]() |
| whale watching...zo ziet het er nog wel spectaculair uit, ja... |
De hele nacht was de regen op het dak van de lodge gekletterd. Het kon ons niets schelen: wij lagen warm en droog. Bij het ontwaken bleek de regen opgehouden te zijn er leek zelfs zo hier en daar wat blauw in de lucht te zitten.
Walviskijken is een industrie in Kaikoura. Geroutineerd worden de groepen zich verzamelende walvisliefhebbers samengedreven in het “whale station”, naast de “rail station” (geen slechte grap maar werkelijk zo). Je koopt een kaartje, wordt ingedeeld bij een vertrektijd en krijgt een half uur voor vertrek een instructievideo te zien. Vervolgens wordt je in een bus geladen (waar een eerdere groep net is uitgestapt) en naar een haventje gereden waar de verschillende walviskijkboten klaar liggen voor de afvaart.
We werden nog gewaarschuwd voorafgaand aan het vertrek, het zou een ruwe zee zijn en we moesten echt de open zee op. Dus er was een goede kans op zeeziekte. Waartegen natuurlijk in het winkeltje pillen a raison van 3 dollar per pil te verkrijgen waren. Haha, zeeziekte. Op vakantie is iedereen stoer en zeeziekte is ondenkbaar. Nou, dat hebben we geweten. Om ons heen vielen ze bij bosjes om. Een zure lucht verspreide zich al snel door de boot, vergezeld door onsmakelijke braakgeluiden. Vooral de chinezen bleken erg kwetsbaar. Die zaten als doodgeslagen zeehondjes op de stoelen en kwamen zelfs voor een walvis niet meer overeind.
De zee was ook heftig en de catamaran maakte enorme klappen op het water. Wij, Hollanders, konden er wel van genieten, maar we waren zo ongeveer de enigen.
En de gids maar kletsen en plaatjes tonen over de walvissen die we te zien zouden kunnen krijgen. Blue whales, dolfins, killer whales en, vooral langs deze kust, sperm whales: enorme potvissen van wel zo’n 20 meter lang. De zee hier is namelijk vlak buiten de kust al extreem diep: zo’n 1.200 meter diep. En die potvissen weten, wat wij allang weten: wat je van ver haalt, is lekker. Die duiken dus zo’n 1.000 meter diep en plukken enorme inktvissen uit het water (ze hebben hier inktvissen van 13 meter lang gevangen). Zo’n potvis kan zeker een uur onder water blijven, soms zelfs wel 2 uur. Hierna moeten ze naar boven om weer adem te halen, maar na een minuut of 7 gaan ze weer de diepte in. Een beetje kansberekening leert je dus al snel dat de kans dat je een potvis te zien krijgt niet eens zo heel erg groot is….
Dan helpt het als er heel veel zijn. Nou, die zijn er ook wel, maar ze verspreiden zich over een enorm oppervlak en zijn voortdurend aan het duiken. Het “whalewatchen” is dus op zekere wijze ook een komisch gebeuren: je vaart, in ons geval, zo’n 18 mijl uit de kust en de kapitein hangt een soort microfoon in het water en luistert. Hij hoort een potvis en start de motor weer en vaart in de richting van het geluid. Motor uit en opnieuw luisteren. Inmiddels hangt er ook een vliegtuigje en een helicopter boven je: ook zij willen een walvis zien en houden het bootje in de gaten. Komt die potvis eenmaal boven water, dan ziet hij dus een boot (soms meerdere), een vliegtuig en een helicopter boven zich. Vandaar dat zo’n potvis alweer snel bij zichzelf denkt, "we gaan maar weer eens naar beneden" J
Enfin, zo is het ook gegaan. We hebben uiteindelijk één potvis gezien. Hij lag een beetje op adem te komen en vervolgens zagen we een enorme staartvin omhoog steken… en daar ging hij weer.
En iedereen, op die chinezen en andere zeezieken na, was druk doende met foto’s maken en film schieten. Behalve ik, want mijn fototoestel is stuk.
Het was leuk maar ook wel een idioot uitstapje. Potvissen zijn prachtige en indrukwekkende dieren. We moeten er alles aan doen om ze te beschermen en om een manier te vinden om met hen samen te leven. Maar ik betwijfel sterk of dit soort commerciële uitwassen bijdragen aan dat wederzijdse begrip. Die chinezen zijn er in ieder geval alleen maar doodziek van geworden.
Na dit uitstapje, zijn we richting Blenheim gereden. Hier ontmoeten we morgen Petra en gaan we samen nog een paar dagen op stap.
Onderweg zijn we nog even langs de magische waterval gereden. De zeehondjes waren er nog. Ze speelden en stoeiden met elkaar. Het regende een beetje, maar iedereen kwam met een brede glimlach weer de parkeerplaats oplopen.
De regen veranderde geleidelijk aan in een enorme plensbui. Het zij zo. Morgen zien we Petra, onze dag kan nu alweer niet meer stuk.

Geniet van jullie verhalen!
BeantwoordenVerwijderenVeel liefs,
Vera Tiemersma.