vrijdag 21 oktober 2011

zaterdag 22 oktober




Vanmorgen werd ik om een uur of 5 wakker. Klaarwakker. Ik probeerde me nog een keer om te draaien, dat lukte, maar de slaap kwam niet meer terug. Ik luisterde naar de geluiden om me heen. Alhoewel we een maand zijn weggeweest, zijn ze zeer vertrouwd. De verwarmingsketel die aanslaat; één van de honden die luidruchtig ademhaalt in een diepe slaap; in de huiskamer klonk de rustige slag van de electrische klok die naast de televisie hangt. We zijn weer thuis.

Ik besloot om mijn bed maar uit te gaan. De temperatuur in huis is weer centraal geregeld, dus koud wordt het nooit. In de huiskamer ze tte ik een espressopotje op het vuur en wachtte totdat de koffie zich pruttelend melde. De twee katten draaiden om mijn benen. Ik realiseerde me dat ik ze gister geen eten had gegeven en deed dat alsnog. We zijn weer thuis.

Mijn gedachten zijn nog in Nieuw Zeeland. Donderdag liepen we nog rond in Christchurch en vanaf 13.30 uur die dag zijn we in enkele ferme sprongen, tegen de klok in, weer teruggereisd naar Nederland. We hebben de zonsopgang van de donderdag op de vrijdag drie keer meegemaakt (of was het nu twee keer?) en evenzovele keren ontbijt aangeboden gekregen in het vliegtuig. Mijn darmen begrijpen het nog niet helemaal en rommelen protesterend op de achtergrond. En ik ben dus om 5 uur ’s ochtends klaarwakker.

Vrijdag om 11.40 uur zijn we geland op Schiphol. Toen hadden we zo’n 26 uur in verschillende vliegtuigen doorgebracht. We hebben Sydney, Bangkok en Londen gezien. Althans, de luchthavens. Via het nieuws begrepen we dat in Bangkok de noodtoestand is uitgeroepen in verband met enorme overstromingen die de stad bedreigen. Niets van gemerkt. Nog geen spatje water kwam uit de hemel vallen. Vanuit de lucht zagen we enorme hoeveelheden lichtjes en op de snelwegen leek het rustig te zijn. Het was daar toen middernacht. Op Heathrow vielen me de koppen in de kranten op naast een wat wazige foto van iemand die leek op Khadaffi “Don’t shoot me!” Ze bleken hem te hebben doodgeschoten nadat ze hem uit een rioolbuis hadden getrokken. De wereld draait door. Dat bleek ook wel uit het aantal reizigers. Ongeacht het tijdstip bleken de internationale luchthavens die door ons zijn aangedaan, volledig in bedrijf en er liepen duizenden reizigers rond die alle kanten op gingen.

Op Schiphol stonden we lang en tevergeefs te wachten op de koffer van Anita. Hij kwam niet meer tevoorschijn. Nadat ze de nodige papieren, onze wereld draait nog steeds op formulieren en procedures, had ingevuld, konden we dan eindelijk door de douane. Daar stonden Mirte en Koen en mijn ouders ons op te wachten. Het weerzien was fijn, warm en opgetogen. Mirte had voor ons een ballon (welkom thuis) en voor ieder van ons een roos meegenomen.

Toen ik wakker werd realiseerde ik me ook weer dat Petra nog aan de andere kant van de wereld was. Dat weet ik natuurlijk heel goed, maar het besef komt wel eens onverwacht binnen. Ik voelde heimwee, nu alweer. Gelukkig gaat het goed met Petra en met Vincent, dat helpt.

Ik bladerde door de vele foto’s heen die we de afgelopen maand hebben gemaakt. Het is ondoenlijk ze allemaal te bekijken. Het is allemaal alweer een herinnering. Het zullen verhalen worden. Beelden. We zullen ons gaan afvragen hoe een plaats ook alweer heette en waar we nu precies wat hebben gezien: Omarama, Oamaru, Wanaka, Rangiora, Kaiapoi, Dunedin, Manapouri, Te Anau, Winton. We zullen al die namen geleidelijk aan wel weer vergeten. Nieuw Zeeland zal ons wel weer vergeten. Dat is allemaal niet erg. We zijn er geweest, we hebben er rondgelopen, gekeken en genoten. We hebben mensen ontmoet, spontaan of afgesproken, mensen die er wonen en leven. Hartelijke, belangstellende mensen die, zo leek het ons, het tempo van hun leven zelf bepalen en zich niet gek laten maken. Een auto is daar een gebruiksvoorwerp, je huis een plek om in te wonen (zoals jij dat wilt), je kleding moet vooral makkelijk zijn. Een kaal peertje tegen het plafond geeft ook licht. Mensen die de geschiedenis van de Maori’s net zo goed als eigen geschiedenis beschouwen als de geschiedenis van de westerse kolonisten. Blanken die ons begroeten met een Maorigroet, de gewoonste zaak van de wereld.

Zijn er dan geen andere geluiden? Ongetwijfeld. Maar wij hebben ze niet gehoord.

We spraken ergens tijdens onze vakantie met een Nieuw Zeelandse die ooit in Nederland had gewoond. Ze was hier, na zo’n 10 jaar, 2 jaar geleden nog eens naar teruggekeerd. Ze vond het land onherkenbaar veranderd. De warmte, gastvrijheid en tolerantie waren verdwenen. Mensen waren gestresst en angstig.

Nou, daar zit ik dan. Ik probeer te wennen aan het idee dat mijn plek weer hier, In Nederland, is. Ik probeer te wennen aan het idee Petra en Vincent voorlopig weer alleen via skype en de mail te ontmoeten.

Ik zet nog maar een kop koffie en hoor ondertussen de krant op de gangvloer ploffen.

De wereld draait door. 

woensdag 19 oktober 2011

Mount Cook



Eindelijk zichtbaar deze vakantie...Mount Cook.
Hét afscheid viel niet mee. We hebben een fantastische vakantie gehad en genoten van Petra en Vincent. Hét gaat goed met hen. Morgen weer in Nederland, bij Koen en Mirte...daar kijken we ook weer naar uit!


dinsdag 18 oktober 2011

19 oktober



Gedurende de nacht werd al duidelijk hoe onze één na laatste dag er uit zou zien: nat en winderig. De regen viel met bakken neer op het dak van de lodge. Het hield de verdere dag niet meer op met regenen. Het maakt voor ons niet veel meer uit: we komen vanaf vandaag in een stroomversnelling van noodzakelijke afrondende activiteiten, te beginnen met het inleveren van de camper. Het accentueert ons nu snel op ons afkomende vertrek, maar leidt hier ook weer wat vanaf.

De rit van Hanmer Springs naar Rangiora was vooral een kwestie van geconcentreerd beide handen aan het stuur houden. De stevige wind speelde met alles wat op haar weg kwam en een ruim 6 meter lange camper is dan een leuk speeltje. De weg zelf was wat saai: lange rechte wegen door een voornamelijk agrarisch landschap.

Het camperverhuurbedrijf had nog een verrassing voor ons in petto: volgens hun administratie zou de camper gister al ingeleverd moeten zijn. We waren en zijn ons van geen kwaad bewust en niemand maakte er een groot punt van, als we maar wel even bijna 500 NZD extra wilden betalen.

En daarmee begon de lol.

Ik gebruik mijn creditkaart maar zelden, doch in Nieuw Zeeland bleek betalen met een bankpas onmogelijk. Dus benzine, boodschappen, etentjes, overnachtingen, alles ging van de creditkaart. Totdat mijn (beperkte) limiet was bereikt. Geld opnemen met de bankpas bij een pinautomaat is weer geen probleem, dus vanaf dat moment zorgden we ervoor voldoende cash op zak te hebben.

Nog steeds geen probleem.

Maar het verhuurbedrijf wilde niet cash worden uitbetaald. Ze accepteerden alleen een creditkaart. Of ik de bank maar even wilde bellen. Mijn uitleg dat het momenteel middernacht is in Nederland, maakte weinig indruk. Frustrerend, we konden het geld cash ter plekke op tafel leggen, maar ze wilden het niet aannemen.

Bgrfrgggghrrrr....

Enfin. Uiteindelijk is Petra naar de fabriek waar Vincent werkt gereden, heeft zijn bankpasje meegekregen en hiermee is uiteindelijk de rekening betaald.



En ondertussen bleef het maar regenen.

Vanavond eten we bij Petra en Vincent. We slapen bij Marc en Bridgette.

Morgen weer op weg naar Nederland.

Hopelijk is het daar droog :)

dinsdag, 18 october



Vandaag was een reisdag. We besloten om vanuit Picton eerst naar Havelock te rijden. Havelock op zichzelf is een typisch plaatsje van niks, maar de route hiernaar toe is magnifiek. Je volgt namelijk de fjordenkust aan de noordzijde van het Zuidereiland. Dat betekent stevige klimpartijen en enorme uitzichten over een steeds wisselend landschap. De camper werd voortdurend weer stilgezet om te genieten van alle indrukken. De 30 kilometer namen enkele uren in beslag.

Vanuit Havelock ging het sneller naar Nelson. Nelson ligt aan de Tasmanië baai, een populaire vakantiebestemming voor Nieuw Zeelanders: de temperatuur is hier veelal hoger, de zee diepblauw en beschut (want een baai) en Nelson is zelfs een aantrekkelijk stadje met restaurants, winkeltjes, kroegen en andere uitgaansgelegenheden. Het lentezonnetje scheen vanmorgen al volop. In de zomer, wanneer de temperaturen hier oplopen tot boven de 30 graden, doet alles zonder twijfel mediterraan aan.
Vanuit Nelson wilden we weer omlaag, richting Christchurch. Morgen moet de camper alweer worden ingeleverd en ik heb geen zin in gedoe omdat we nog het halve eiland over moeten. We besluiten dus, ondanks de dreigende zwarte lucht voor ons, de Lewispass over te steken.



Dat hebben we geweten.

De Lewispass voert via een smalle, kronkelende weg met steile hoogten en huiveringwekkende afdalingen, naar de oostkust. We waren nog maar net goed op pad, toen de regen losbarste, niet veel later werd de regen hagel. Stevige hagel. Enorme hoeveelheden hagel. De weg werd volledig bedekt door een dikke laag hagelstenen. We konden alleen nog maar stapvoetsrijden. Het landschap leek een winters. Gelukkig is het belangrijkste verschil dat het niet vriest en de weg daarom niet glad wordt. De enorme hoeveelheid water moet echter weg en spoelde overal en vormde op allerlei plekken diepe plassen. Het werd natuurlijk donker. Kortom, feest voor campers.

Maar goed, we hebben het gehaald. Uiteindelijk daalden we af in een mooie vallei waarin het woord “spring” in allerlei namen van dorpen duidelijk maakt dat hier overal natuurlijke bronnen zijn. Wij bogen af naar Hanmer Springs. Anders dan de naam suggereert, zijn hier nu juist geen natuurlijke bronnen. Toch hebben slimme ondernemers hier allerlei baden aangelegd en dit wordt stevig uitgebuit. Hanmer Springs is een toeristische attractie voor gezondheidzoekende, moegestreden moderne burgers: hier vinden ze therapeutische baden, allerlei vormen van helende massages, modderbaden, warmwaterbaden en ga zo maar door.
Wij vonden er een mooie, moderne lodge waar we voor de avond inboekten.

Morgen reizen we verder naar Christchurch om de camper weer in te leveren. Overmorgen stappen we alweer op het vliegtuig. Helaas kon Vincent de afgelopen dagen geen vrij krijgen. We genieten volop van het gezelschap van Petra. Na morgen nemen we voor lange tijd weer afscheid van elkaar.

Daar moeten we nu nog maar even niet aan denken.

zondag 16 oktober 2011

Wellington, 17 oktober




Wellington, 17 oktober.


Vandaag ben ik gevraagd om als gast een blog te schrijven tijdens de reis van mijn ouders door Nieuw-Zeeland.
We blijven nog even hangen op zondagavond tijdens deze blog..

11.00pm.Nadat de All Blacks een geweldige overwinning hebben behaald op Australië,
en zij dus nu zeker zijn van een plek in de finale tegen Frankrijk volgende week.
Denken mama en ik heerlijk in slaap te kunnen vallen na een mooie dag op de boot en in Wellington.
Beide al gewapend tegen het feit dat pap nogal snurkt, met kussens rondom ons gezicht maken we ons op voor de nacht..
Nog net niet het kussen geraakt met ons hoofd, knalt de muziek in de kroeg onder ons aan,
En knallen liedjes zoals: we are the champions, the spice girls en andere dance beats door de ruimte.
Zelfs het gesnurk van pap wordt hierdoor overstemt. Na wat geswing en onbewust mee geneurie vallen we uiteindelijk in slaap.

8.00am. We hebben lekker geslapen en kijken uit naar een dag in Wellington. Het nationale museum staat als eerste op de planning (volgens de locals een museum waar je zeker 2 dagen kan doorbrengen). Met dit in ons achterhoofd besluiten we er, Hollands als we zijn, er ruim 20minuten van te voren al te zijn. Gelukkig is het weer goed, schijnt de zon en is het alleen wat windig in de haven. Ook in Wellington staat veel in het teken van de rugby world cup, dus vermaken we ons deze 20minuten in de fanzone, waar mooie rugby foto’s te zien zijn.

Waar we in Nederland zo gewend zijn aan de ordelijke indeling van een museum, loopt hier werkelijk alles door elkaar heen. Van de geschiedenis van de Maori en Pacific Islanders naar een reuze inktvis, van de landindeling van Nieuw-Zeeland naar een totaal onbegrijpelijk filmpje over de golden days.
Maar wel ontzettend mooi en informatief.

Hieronder een aantal hoogte punten:




-          The Haka. How to do it? En dat hebben geweten, staand op een rode stip en op het scherm een maori die ons inleidde in deze krijgerdans. Stap voor stap werd ons geleerd om een volwaardige Haka te dansen. Natuurlijk moesten we dit uiteindelijk ook late zien en werd dit opgenomen. Papa soepel door de knieën, zijn tong constant uitstekend en zijn arm op en neer…mama maakte er haar eigen dans van en wiegend met de heupen, op en neer door de knieën en zwaaiend naar het scherm, en ik meer als robotfiguur en elke keer een paar seconden te laat maakte we er een mooie show van.
-          Earthquake. Ik heb inmiddels al een paar keer een aardbeving meegemaakt, maar ook pap en mam konden dit vandaag ervaren. In een klein houten huisje hoorde je het gedonder al op je afkomen en eindigde het uiteindelijk in een volwaardige aardbeving. Het huisje werd alle kanten opgeschut en spullen raakte aan de rol.
-          Ta Moko- Maori tattoo: zoals ook mogelijk was in het volkenkunde museum in leiden, kon je ook hier een heuse Moko (ook wel Maori tattoo genoemd) laten zetten. Iets waar ik al een tijdje over twijfelde en wat mama blijkbaar ook erg trok. Na wat voor-en tegens genoemd te hebben, toch besloten een tattoo te laten zetten. Ik op de enkel en mama op haar onderarm.



Na 3uurtjes  museum de stad weer ingedoken.
De stad bestaande uit met name hoogbouw, (wat een vreemde gewaarwording is na 7maanden laagbouw, dorpjes en natuur op het Zuidereiland) heel veel winkels, drukte en mensen die constant haast te hebben. Even lijkt het weer dat we terug zijn in NL, rond te lopen in een stad als Amsterdam.
Pap en mam zijn inmiddels hun laatste weekje NZ ingegaan, en dit brengt ook het zoeken van souvenirs met zich mee.
Iets wat mama en ik totaal niet erg vinden om te doen. Dus de rest van de middag is het winkel in/winkel uit en tussendoor een lekkere kop koffie en/of thee, om ook pap wakker te houden.
Tijdens onze zoektocht naar souvenirs komen we bijna per ongeluk terecht bij de kabelbaan.

Een klein treintje wat je naar de top van Wellington brengt, langs de universiteit, naar de botanic gardens. Op de top een geweldig uitzicht over de stad, haven en zee. De gardens vol exotische planten en hier en daar een mooi gekleurde vogel. Die we alle drie het mooiste op ons eigen fototoestel willen zetten.
De rest van de dag brengen we struinend in de stad door. Toch best fijn om weer eens in een “normale ”stad te lopen.
Na een hapje in een plaatselijke pub brengt een taxichauffeur ons terug naar de haven, terug naar de boot die ons terug zal varen naar Picton.



De taxichauffeur weet ons nog wat weetjes over de boot te vertellen, vertelt ons dat hij wel eens walvissen en dolfijnen heeft gezien tijdens de bootreis en geeft ons nog wat tips waar we eventueel morgen naar toe kunnen.
Zo is de top van het Zuidereiland bekend om de wineyards en mooie natuur. Is Nelson een erg leuke stad om naar toe te gaan en maar 6uurtjes van Christchurch vandaan.
Er staat ons dus nog een mooi avontuur te wachten.

(En ik wil natuurlijk nog gewoon lekker genieten van het feit dat ze na 7maanden weer gewoon hier naast mij zijn….) J



Groetjes,
Petra

Zondag 16 oktober



De straten worden stil. Ergens klinkt nog een verdwaalde auto. Ergens gilt een dronken man, te ver heen om te beseffen wat er om hem heen gebeurt. In ieder restaurant, iedere pub en op iedere andere plek waar mensen bijeenkomen, staan immense televisieschermen opgesteld.

Het is de avond van de halve finales van het wereldkampioenschap rugby: the all blacks moeten uit tegen Australië. De wedstrijd is vergelijkbaar met een voetbalwedstrijd tussen Nederlands Oranje en de Duitse Mannschaft.  Op onze hotelkamer hangt een groot scherm, waar Anita en Petra onmiddellijk achter kruipen. Ik realiseer me dat rugby bij mij dezelfde koortsen veroorzaakt als voetbal: niks, noppes, geen enkele reactie. Het laat me volkomen koud.

Ik begin dus maar aan het verslag van vandaag.

Die dag begon in Blenheim. De regen was verdwenen, de lucht was blauw en er scheen een warm lentezonnetje. Petra werd op de camping afgezet en gezamenlijk vertrokken we naar Picton, een havenplaats vanwaar we het veer naar Wellington op het Noordereiland zullen nemen.

Dat veer bleek ongeveer net zo’n indrukwekkende boot te zijn als de boten die tussen Nederland en Engeland varen. De tocht zou drie uur duren.



De kust van het Zuidereiland hier is een fjordenkust en Picton ligt diep in één van de vele fjorden. De boottocht gaat het eerste uur door een indrukwekkend fjordenlandschap, vervolgens steek je in een uur de “Cookstreet” over: dit is dus de grote oceaan en die enorme boot golft vrolijk mee met alle bewegingen die dit enorme water maakt, tenslotte buig je een enorme baai in. Na nogmaals een enorme bocht in deze baai, vaar je recht op Wellington af. Dat is wel een cultuurschok na bijna 4 weken Zuidereiland: een enorme stad met wolkenkrabbers en eindeloze buitenwijken tegen de hoog langs de stad omhoogstekende heuvels aangebouwd.

We hebben gereserveerd in het Cambridge-hotel. Een hotel uit de 19e eeuw. De stad zelf spreekt ons onmiddellijk aan: veel restaurants, mooie parken, 19e eeuwse gebouwen, kortom, een stad vol leven. Maar vanavond draait alles dus om de rugby. Werkelijk ieder meisje op straat heeft een zwart mokro-symbooltje op de wang getekend, veel jongens dragen hun rugbyshirt. Auto’s hebben all-black vlaggetjes uit de ramen hangen. Kortom. Rugby.

We eten bij de 4 Kings. Een trendy tent volgehangen met televisieschermen. Het eten is er goed, maar, we weten het inmiddels, veel te veel. De jongeren in het volgepakte restaurant verkeren in nerveuze afwachting. Nog een uur en dan begint het.

Op de televisie betreden de grootste helden van het zuidelijk halfrond het speelveld. Maoristrijders maken zich klaar voor de hakka. De pompeuze muziek zwelt aan. Een Australische Jan Smit heft het Australische volkslied aan. Een NieuwZeelandse heft hun volkslied aan. Het is allemaal nog niks, iedereen wacht natuurlijk op de hakka. In het stadion met 50.000 bezoekers neemt de spanning toe, die zich volledig ontlaadt als het Nieuw Zeelandse team uitbarst in de Maori-strijdkreten. Het stadion wordt afgebroken en de teams stellen zich op voor de wedstrijd.

En in Nederland wordt nauwelijks aandacht besteed aan dit enorme festijn.



Omdat het hotel alleen wifi in de lobby heeft, ga ik daar maar zitten. Het bevrijdt me niet van de rugby. Al het personeel, zonder uitzondering jongeren, zitten gemagnetiseerd voor de buis en reageren heftig op de beelden. Terwijl ik toegang tot het netwerk koop, valt de eerste try en wordt iedereen gek. Ik voel me zoals ik me in Nederland voel tijdens een WK waarbij Oranje in de finale staat: een absolute idioot. Maar ik kan het ook niet veinzen: ik begrijp de hele consternatie gewoon niet. Inmiddels komen er nieuwe gasten binnen die volkomen worden genegeerd. Het interesseert ze niet, ze staan onmiddellijk mee te gillen voor de televisie. De All Blacks leiden de wedstrijd.

Ik laat het dan ook allemaal maar gebeuren. Morgen gaan we naar het belangrijkste museum van Nieuw Zeeland: Te Pappa.

zaterdag 15 oktober 2011

Zaterdag 15 oktober

whale watching...zo ziet het er nog wel spectaculair uit, ja...

De hele nacht was de regen op het dak van de lodge gekletterd. Het kon ons niets schelen: wij lagen warm en droog. Bij het ontwaken bleek de regen opgehouden te zijn er leek zelfs zo hier en daar wat blauw in de lucht te zitten.

Walviskijken is een industrie in Kaikoura. Geroutineerd worden de groepen zich verzamelende walvisliefhebbers samengedreven in het “whale station”, naast de “rail station” (geen slechte grap maar werkelijk zo). Je koopt een kaartje, wordt ingedeeld bij een vertrektijd en krijgt een half uur voor vertrek een instructievideo te zien. Vervolgens wordt je in een bus geladen (waar een eerdere groep net is uitgestapt) en naar een haventje gereden waar de verschillende walviskijkboten klaar liggen voor de afvaart.

We werden nog gewaarschuwd voorafgaand aan het vertrek, het zou een ruwe zee zijn en we moesten echt de open zee op. Dus er was een goede kans op zeeziekte. Waartegen natuurlijk in het winkeltje pillen a raison van 3 dollar per pil te verkrijgen waren. Haha, zeeziekte. Op vakantie is iedereen stoer en zeeziekte is ondenkbaar. Nou, dat hebben we geweten. Om ons heen vielen ze bij bosjes om. Een zure lucht verspreide zich al snel door de boot, vergezeld door onsmakelijke braakgeluiden. Vooral de chinezen bleken erg kwetsbaar. Die zaten als doodgeslagen zeehondjes op de stoelen en kwamen zelfs voor een walvis niet meer overeind.

De zee was ook heftig en de catamaran maakte enorme klappen op het water. Wij, Hollanders, konden er wel van genieten, maar we waren zo ongeveer de enigen.

En de gids maar kletsen en plaatjes tonen over de walvissen die we te zien zouden kunnen krijgen. Blue whales, dolfins, killer whales en, vooral langs deze kust, sperm whales: enorme potvissen van wel zo’n 20 meter lang. De zee hier is namelijk vlak buiten de kust al extreem diep: zo’n 1.200 meter diep. En die potvissen weten, wat wij allang weten: wat je van ver haalt, is lekker. Die duiken dus zo’n 1.000 meter diep en plukken enorme inktvissen uit het water (ze hebben hier inktvissen van 13 meter lang gevangen). Zo’n potvis kan zeker een uur onder water blijven, soms zelfs wel 2 uur. Hierna moeten ze naar boven om weer adem te halen, maar na een minuut of 7 gaan ze weer de diepte in. Een beetje kansberekening leert je dus al snel dat de kans dat je een potvis te zien krijgt niet eens zo heel erg groot is….

Dan helpt het als er heel veel zijn. Nou, die zijn er ook wel, maar ze verspreiden zich over een enorm oppervlak en zijn voortdurend aan het duiken. Het “whalewatchen” is dus op zekere wijze ook een komisch gebeuren: je vaart, in ons geval, zo’n 18 mijl uit de kust en de kapitein hangt een soort microfoon in het water en luistert. Hij hoort een potvis en start de motor weer en vaart in de richting van het geluid. Motor uit en opnieuw luisteren. Inmiddels hangt er ook een vliegtuigje en een helicopter boven je: ook zij willen een walvis zien en houden het bootje in de gaten. Komt die potvis eenmaal boven water, dan ziet hij dus een boot (soms meerdere), een vliegtuig en een helicopter boven zich. Vandaar dat zo’n potvis alweer snel bij zichzelf denkt, "we gaan maar weer eens naar beneden" J

Enfin, zo is het ook gegaan. We hebben uiteindelijk één potvis gezien. Hij lag een beetje op adem te komen en vervolgens zagen we een enorme staartvin omhoog steken… en daar ging hij weer.
En iedereen, op die chinezen en andere zeezieken na, was druk doende met foto’s maken en film schieten. Behalve ik, want mijn fototoestel is stuk.

Het was leuk maar ook wel een idioot uitstapje. Potvissen zijn prachtige en indrukwekkende dieren. We moeten er alles aan doen om ze te beschermen en om een manier te vinden om met hen samen te leven. Maar ik betwijfel sterk of dit soort commerciële uitwassen bijdragen aan dat wederzijdse begrip. Die chinezen zijn er in ieder geval alleen maar doodziek van geworden.

Na dit uitstapje, zijn we richting Blenheim gereden. Hier ontmoeten we morgen Petra en gaan we samen nog een paar dagen op stap.

Onderweg zijn we nog even langs de magische waterval gereden. De zeehondjes waren er nog. Ze speelden en stoeiden met elkaar. Het regende een beetje, maar iedereen kwam met een brede glimlach weer de parkeerplaats oplopen.

De regen veranderde geleidelijk aan in een enorme plensbui. Het zij zo. Morgen zien we Petra, onze dag kan nu alweer niet meer stuk.

donderdag 13 oktober 2011

Vrijdag, 14 oktober



Nadat Anita ongeveer twee uur bezig is geweest met de beschrijving van gister, mag ik verder met de vrijdag. 

Een reisdag, van Christchurch naar Kaikoura. Kaikoura is wereldberoemd in Nieuw Zeeland omdat je hier walvissen kan zien. Dat wil zeggen, tegen een aanzienlijk tarief kan je mee met een bootje de zee op en als je geluk hebt, dan zie je ze. “Spermwhales”, ik kan er ook niets aan doen, zo heten de beestjes die hier voor de kust zwemmen, in het Engels. Wij noemen ze potvissen. Vraag me niet naar het verband tussen deze twee namen, die ken ik niet. Maar dat is voor de dag van morgen, om 10.30 uur stappen we op de boot.
De tocht vanuit Christchurch leek een wat saaie route langs de kust te worden. Gelukkig zag Anita op de kaart nog een scenic route door de Noordelijke Alpen. Die hebben we dus genomen. Het berggebied is wat liefelijker dan die van de Zuidelijke Alpen, maar we kwamen toch weer door spectaculaire klimpartijen en afdalingen. Inmiddels werd wel duidelijk dat we op slecht weer afreden: voor ons pakten de wolken dik en somber samen. Tegen de tijd dat we weer bij de kust reden, kwam de regen  met vlagen omlaag. We besloten daarom maar weer tot een overnachting in een lodge. Lekker warm en een eigen douche.

Nadat we de lodge hadden besproken, liepen we Kairkoura in. Bij een kroeg in het centrum, kwam Petra opeens naar buiten hollen: zij was daar geland om iets te eten met haar rugbyteam, onderweg naar het Noorden voor hun rugby-uitje. Wij doken even verderop een fish en chips in en genoten van deze Engelse vette hap. Daar kwam Petra weer voorbij lopen. Het zou bijna nog gaan wennen J

In de fish en chips ontdekte ik dat mijn fotocamera het had begeven: de belichtingsmeter werkt niet meer. Hmmm, niet goed voor mijn humeur, maar het is niet anders.

Van Petra kregen we nog, via sms, de tip dat 20 minuten buiten Kaikoura zich een bijzonder waterval bevond…daar reden we op af.

Je gelooft hier je ogen niet:  de weg kronkelt langs zee met vaak prachtige vergezichten. Op een gegeven ogenblik passeerden we een parkeerplaats waar wel erg veel auto’s stonden. Dit moest de magische plek zijn, waar Jan en Ria Grimbergen ons overigens ook al over hadden verteld. Bij de parkeerplaats mondde een wild stromende beek uit in zee. Daar, op de rotsen in zee, lagen al de nodige zeehonden. Een paadje leidde ons dieper het bos in, de omlaag stromende beek (via talloze rotsen en stroomversnellingen), volgend. Voor ons hoorden we al een flinke waterval aankomen. Bij de waterval aangekomen bleven we, en met ons velen die met ons waren meegelopen, stokstijf staan: in het water onder de waterval….spartelden tientallen jonge zeehonden! Diep in het bos, in het zoete water, enkele honderden meters verwijderd  van de zee…zeehonden….

Dat heeft Lenie ’t Hart in haar stoutste dromen nog niet kunnen bedenken.



Ieder jaar, in de winter, kruipen honderden (!) jonge zeehonden over de rotsen, tegen de stroom van de beek in, naar het water onder de waterval. Dagelijks komen de moederzeehonden de jongen voedden (dus dan moeten die jonge gasten weer aan de kust zijn). De jongen blijven tot de zomer op deze plek en keren dan terug naar zee. Wij zagen dus maar een beperkt deel van de enorme groep die hier zijn jeugd had doorgebracht.

Lullig overigens dat de batterijen van Anita haar fototoestel het op deze plek begaven. Dan maar wat plaatjes schieten met mijn telefoontoestel. Het tafereel was er niet minder betoverend onder.

In de inmiddels stromende regen reden we weer terug naar onze lodge. Warme douche, kop koffie en wat chocoladetabletten, allemaal goed voor motivatie.

Morgen de walvissen.

Die zwemmen overigens gewoon in zee. Geloof ik.

Donderdag 13 oktober, Koen 22!



Nog even terug naar woensdag…we waren een beetje chagrijnig geworden van de Fransen om ons heen en de drukte op de camping. Die drukte stelde nog niets voor toen het 16.00 uur was geworden; kleine en grote bedrijfswagens denderden het terrein op. Het bleek dat werklui die werken aan het herstel van Christchurch in de directe omgeving van de stad op campings en in hotels en motels zijn ondergebracht. Zo ook dus op de camping waar wij stonden. Nou ja, het is niet anders. 

Petra belde gelukkig met de vraag of we die avond zin hadden om mee te gaan naar een quiz-night in de kroeg. Rugby-vriendin Whalley had een busje en daar konden de dames ons mee op komen halen. Deze quiz-nights zijn erg populair; de opkomst is groot en het enthousiasme groot. Veelal één keer per week gehouden in de plaatselijke kroeg; dit keer in het nabijgelegen Belfast. “Smelfast”in de volksmond geheten en daar kwamen we achter op het moment dat we het busje uitstapten. De nabijgelegen vleesverwerkingsfabriek  stonk als een open wond; wát een vieze lucht ! Eenmaal binnen in de kroeg kregen we een tafeltje toegewezen en onder de naam  “Dutchies and one”  gingen we als team de strijd aan met zo’n vijftiental andere teams. De quiz bestaat uit 8 rondes met elk 10 vragen. Elke ronde heeft ’n thema: geschiedenis, ditjes en datjes, knowhow, film etc., dit alles op een groot t.v. scherm  gepresenteerd. Aan het eind van elke ronde verschijnt een omschrijving van een gebeurtenis of persoon die per ronde makkelijker wordt. Raad je het in ronde 10 dan krijg je 10 bonuspunten, raad je het in ronde 2 dan krijg je 2 bonuspunten. In ronde 2 wordt het onderwerp je dan al bijna cadeau gegeven. De briefjes met daarop de team-antwoorden van elke ronde worden doorgegeven aan het team aan het tafeltje naast je zodat elk team de antwoorden van een ander team nakijkt. Uiteindelijk haalt de quiz-master ze weer op voor de uiteindelijke score van de avond. Aan het eind van de quiz nog een “raden maar”: Hoe oud zou Koning Henry V zijn als hij nu nog geleefd had ? Degeen die het beste gokt krijgt een kleinigheid.  Tussen de vragen door heb je genoeg tijd om met elkaar te kletsen en/of te eten; prima dus voor “socializing”! Rond 21.00 was het quizzen klaar: een ieder moet immers de volgende morgen weer vroeg op !  Hoewel als laatste geëindigd speelden we het toch klaar om een poedelprijs van 20 dollar te winnen; volgende week woensdagavond  in de kroeg te verzilveren ! We verheugen ons zeer !

Nu toch echt donderdag……….

Met de gedachte dat Koen hier al jarig is en in Nederland nog niet, staan we op. De dag is al vroeg begonnen met alle werklui die vanaf 6.00 uur het terrein alweer afrijden, in gezelschap overigens van de nodige campers. Het zonnetje geeft al heel wat warmte af; het belooft een stralende dag te worden. Echt tijd voor museumbezoek  ! Het museum van Christchurch ligt net buiten het afgesloten gebied  dat op 22 februari j.l. door de aardbeving is getroffen. Het museum is pas sinds 1 september weer open voor bezoekers. Het blijkt een heel mooi museum met voor elk wat wils. In diverse vitrines echter kaartjes waarop staat dat één of  meerdere voorwerpen niet tentoongesteld staan ivm schade door de aardbeving. 



Het pand tegenover het museum lijkt zwaar getroffen; muren worden gestut, een torentje staat op straat naast het pand. We lopen een eind langs de hekken van de afgezette stad; de sfeer is sereen en ondanks de werkzaamheden die we in de verte zien, heerst er een bijna onnatuurlijke rust. We zijn erg onder de indruk van wat we zien; de gebouwen waarin duidelijk niet meer geleefd en gewerkt wordt lijken een decor uit een film. Wat een triest lot voor die mooie stad die het duidelijk geweest moet zijn. Maar er wordt zichtbaar keihard gewerkt om het weer tot die stad te maken. Ondertussen blijft de stad eromheen levend genoeg; achter het museum bevindt zich een prachtig en groot wandelpark, waarin alle mogelijke bomen en bloemen aan het uitlopen zijn. Heerlijk dat voorjaar ! In de zon is het inmiddels een genoeglijke 25 graden.



Petra en Vincent bellen….ze zijn vanmiddag vrij en we kunnen samen iets gaan doen. Gekozen wordt voor het  “Arctic Centre”; een museum gericht op de Zuidpool. Nadat we een prijs hebben betaald waarbij Opa waarschijnlijk al direct rechtsomkeert was gegaan, krijgen we toegang tot o.a. een ruimte  waarin het landschap van de Zuidpool is nagebootst. We krijgen beschermende kleding aan en mbv een windturbine laat men dan de temperatuur  zakken tot -18 graden. De ruimte wordt ijzig koud en we vragen ons echt af wat we hier doen terwijl het buiten ’s zomers warm is. Na 5 minuten gaat de turbine uit en ontdooien we weer langzaam. Voor een  rit met soort werkwagens die men inzet op de pool, moeten we weer naar buiten. Daar nemen we plaats in het binnenste van een soort tank, snoeren we ons vast in een riem en houden ons vast aan lussen als de werkwagen zich naar een ruig terrein begeeft waar het zigzaggend, door het water en over steile heuveltjes op en neer rijdt. Bij ons zitten een moeder en haar kind. Het kind schreeuwt de hele boel bij elkaar; volgens Erik het enige dat wat spanning gaf aan de rit. Een 4D film lijkt nog wat afleiding te gaan geven, maar als op een gegeven moment  de waterspetters die de zaal in worden gesproeid, voorspelbaar worden, hebben we het wel gezien. 

We gaan met Petra en Vincent richting Kaiapo naar het wekelijkse touch-toernooi van beiden. Net als de quiz-night is dat een wekelijks terugkerend iets wat vroeg in de avond wordt gehouden en waar iedereen aan mee doet.  Het dorp lijkt uit te lopen en we zien een grote verscheidenheid aan teams, zelfs groepjes kinderen spelen naast de spellijnen touch-rugby, terwijl hun ouders (pa, ma, met of zonder overgewicht) op het veld aan het rugbyen zijn. Gewoon voor de lol ! Na afloop eten we nog gezellig bij Vincent en Petra en zoeken dan onze weg weer terug naar de camping in Christchurch. We hebben een heerlijke dag achter de rug. 

Koen, het was een fijne dag om jarig te zijn ! Hieperdepiep Hoera !  

dinsdag 11 oktober 2011

woensdag 12 oktober




De camper staat bumper aan bumper met een camper achter ons. Drie Franse heren zitten, zo te zien en te horen, al een flink deel van de middag bier te drinken. Ergens in de omgeving klinkt voor het eerst sinds weken het geluid van een politiesirene. Behalve vogels, horen we auto’s, mensen en soms een vliegtuig boven ons. We zitten in Christchurch en, het moet gezegd, de drukte van deze stad en van de stadscamping, valt me rauw op het dak. Ik ben er chagrijnig van en Anita is maar in haar boek gedoken. Nu heb ik ook nog haar cracker opgegeten en nu zijn we allebei chagrijnig.

Vanavond zal het allemaal wel weer rechtgetrokken worden. We hebben afgesproken met Petra om met haar en Walley, een vriendin van Petra, naar een quiznight in een lokale kroeg te gaan. Vooral Anita verheugt zich hier op. Zij is veel beter in quizzen dan ik ben. Maar goed, het is beter dan somber naar buiten te staren op deze camping. Morgen gaan we naar het enige museum dat in Christchurch overeind is gebleven: het canterbury museum, beroemd om zijn verzameling Maorikunst. Zaterdag gaan we naar Kaikoura, een havenplaats waar je walvissen kan zien. Genoeg dus om me op te verheugen, dus hou maar op met je gezeur, Zwart.

Over de dag van vandaag valt niet zo veel te zeggen. Het was een prachtige rit dwars over het Zuidereiland. We passeerden wederom het meer vanwaar een weergaloos uitzicht op Mount Cook moet zijn, maar, net als de vorige keer, hulde Mount Cook zich in een dikke mist. Het meer en de overige bergen waren overigens prachtig.

We reden vrijwel alleen over de weg. We reden op ons gemak. Het was wat waaierig, maar de temperatuur lag rond de 20 graden. Kortom, het was een aangename dag. Onderweg in Fairlie stopten wij bij een lokale bakker. Lokale bakkers hier bakken lokale taartjes. Deze lokale taartjes zijn zonder uitzondering heerlijk zoet, mierzoet en onuitstaanbaar lekker. Daar hebben we dus een lokaal taartje gegeten met een kop thee voor Anita en een koffie voor mij. En er kwam nog een jong katje aanlopen die uitgebreid door Anita werd aangehaald.

Zo’n dag dus.

Daarom moet ik gewoon niet zeuren.

maandag 10 oktober 2011

dinsdag 11 oktober



Vanmorgen moest ik me bij het wakker worden voor het eerst even serieus afvragen waar ik was. Alle voorgaande nachten was ik om een uur of zes wakker geworden doordat iedere wervel in mijn rug voelbaar was door het harde matras van de camper. Geen twijfel mogelijk over waar ik me bevond. Vannacht echter sliepen we op een aupingmatras met electrische deken in een lodge. Het ontwaken was hier meer een langdurige worsteling tussen het lijf (wat wilde blijven liggen op het comfortabele matras en in de warmte) en de geest die steeds harder begon te protesteren tegen het langdurig blijven liggen. Ze werden het niet eens, die twee en ik denk dat ik daarom ook verward was over waar ik me bevond. Het bleek de lodge in Invergargill te zijn, één van de meest zuidelijke plaatsen van Nieuw Zeeland, dicht bij de Zuidpool dus. En toch bleek het vanmorgen heerlijk lenteweer met een temperatuur die al opliep naar de 20 graden. Alleen een harde, hele harde wind. Dat was weer een beetje jammer.

We reden naar Herman en Hennie van der Kruit. Zij wonen in Centre Bush, een nietige vlek onder Winton, een iets grotere vlek. De omgeving is landelijk: glooiende heuvels, overal bloesem in de bomen. Jong vee, lammetjes en kalfjes springen in de wei en, voor ons heel opvallend, complete kuddes herten als graasvee in het weiland. De dorpen ademen eenzelfde landelijke sfeer. De mensen hebben er de tijd, ze maken zich niet snel druk. Toen ik wilde tanken, kwam de dame van het tankstation naar buiten en bood aan om het tanken van me over te nemen. Ondertussen begon ze een uitgebreid praatje, want daar zijn ze hier gek op, praatjes. Vriendelijke mensen dus.

Het bezoek aan Hennie en Herman was aangenaam. We werden op bijzonder gastvrije manier ontvangen. Hun huis biedt aan alle kanten mooie doorkijkjes op de omgeving: de heuvels, de weilanden. De tuin is prachtig aangelegd: borders met bloemen, bomen vol bloesem, in een aangrenzende wei grazen een koe en een stier en ook nog een oud schaap (alle van Herman en Hennie). Kortom, een paradijselijke omgeving. Alleen die wind, die was zo hard dat we toch maar binnen zijn gaan zitten. Bijzondere mensen bij wie je je onmiddellijk op je gemak voelt. Belangstellend en vol verhalen over hun avonturen in het Nieuw Zeelandse en met hun dochter en haar gezin. We zouden er wel dagen hebben kunnen doorbrengen, maar daarvoor ontbrak de tijd: we willen weer naar het Noorden, richting Petra en Vincent. Uit ervaring weten we inmiddels dat we die reis niet in 1 dag willen doen. Dus toch maar weer verder.




Ons oorspronkelijke plan om via de kust weer omhoog te rijden, werd op vriendelijke doch genadeloze wijze afgekeurd door Herman. Het werd dus toch de weg binnendoor. We gingen weer richting Mount Cook en het berglandschap. En toen we hier reden, begrepen we ook weer waarom. Wat een prachtig land, ook om doorheen te rijden.

Onderweg nog even stilgestaan bij de bron van alle thrill-seeker-madness: de eerste brug van waaraf werd ge”bungeejumped”, de Kawarau-bridge. We hebben even staan kijken. De brug hangt boven een ravijn met wildstromend water, natuurlijk. En vanaf de rand werd gesprongen. Vakkundig, professioneel en bijna klinisch werden de gegadigden afgewerkt. Het blijft gekkenwerk en de toegevoegde waarde ontgaat mij volkomen. Maar dat zal niemand verbazen J



We zijn uiteindelijk gestopt in Omarama. Vlak voor Mount Cook. Nu maar hopen dat deze morgen een keer niet in de mist is gehuld. We zullen zien…

maandag 10 oktober



Gisteravond op de camping nog even de was gedaan en het nodige gestreken. Heerlijk om alles weer netjes glad in de kast te hebben hangen ! Via skype contact gehad met Petra en Vincent; we stoorden hen zowel onder het eten als onder de wedstrijd tussen de All Blacks en Argentinië. Vincent kon ons nog wel adviseren niet naar Invercargill, het reisdoel voor vandaag, te gaan. “Niks an”, aldus Vincent. Omdat we het cultuur-historisch besef van Vincent ’n beetje kennen, besluiten we die raad in de wind te gooien en gewoon tóch te gaan.

Vanmorgen ook Mirte en Koen via skype gesproken. Hoewel de taken hen soms een beetje zwaar vallen ( en ze daardoor meer respect krijgen voor hun moeder !), redden ze het samen prima. Geruststellend idee !
Te Anau laten we achter ons en via de “scenic” route komen we langzaam maar zeker in een ander type landschap. Het wordt glooiend, met grote weidevelden en her en der plukken goudgele brem.  Het blijft indrukwekkend, maar lang niet zo spectaculair als de “ruige” westkust. Inmiddels lijken we ook te maken te krijgen met een steeds assertiever wordende navigatie. De damesstem die ons al die tijd op een vriendelijke en geduldige manier de weg heeft gewezen lijkt er moeite mee te hebben dat  we onze eigen (langere) route willen rijden. Voorheen pikte ze de route na ’n paar meter alweer op en begeleidde ons weer heel geduldig vanaf dat punt. Sinds vanmorgen is dat anders; je hoort haar nog net geen zucht slaken, maar ze blijft zeker 5 km. aangeven dat we terug moeten keren. Als we denken dat ze de strijd heeft opgegeven, probeert ze ons via een andere weg tóch op haar route te krijgen. Maar we haar door en we laten ons niet door de techniek op de kop zitten.

De route gaat o.a. langs Riverton, een kleine havenstad aan de Tasmaanse Zee. Omdat we vandaag alle tijd hebben, besluiten we te stoppen en het lokale museum aan te doen. Prima manier om wat te weten te komen over de (onstaans-) geschiedenis van het plekje. We blijken de enige bezoekers en worden van harte welkom geheten. Nieuw Zeeland kent natuurlijk de Maori, maar deze hebben geen geschreven geschiedenis. Pas rond 1850 kwamen er Europese settlers naar Nieuw Zeeland; zij bouwden stadjes en gebouwen die ,in de ogen van de huidige Nieuw Zeelanders, oud zijn , maar die in het gunstigste geval “pas” 160 jaar bestaan. Omdat de fotografie ook in opkomst was aan het eind van de 19e eeuw, is het bouwrijp maken van de grond en het bouwen van de stadjes redelijk goed gedocumenteerd. Ook de arbeiders en de mensen die de eerste bevolking vormden in zo’n stadje staan veelal zeer trots en in zwart/wit op de foto’s afgebeeld. De Maori-bevolking en de nieuwkomers  lijken redelijk makkelijk samen te leven; gemengde huwelijken worden in die begintijd regelmatig aangegaan. Veel Maori-namen van steden, rivieren en gebergten hebben hun oorspronkelijke naam behouden en veel Nieuw Zeelanders kennen de Maori mythen en legendes. Waar we van opkijken is dat Nieuw Zeeland  tijdens de eerste Wereldoorlog 2% van zijn bevolking heeft verloren. Als onderdeel van de Gemenebest vochten Nieuw Zeelanders mee in deze oorlog en later ook in de Tweede Wereldoorlog. In elk dorp of stadje is wel een plaquette die daaraan herinnert.

Omdat we voelen aan onze ruggen dat 14 dagen op een dun matras en op een plank liggen niet het beste is, besluiten we op de camping in Invercargill een lodge te nemen. Eindelijk weer eens een bed met écht matras om op te slapen vannacht ! Zoals alles op een top-10 camping ziet ook dit er weer tip top uit ! We koken nog wat in de campingkeuken en kruipen vroeg onder de wol ! Morgen naar de fam. Van de Kruit!

O ja, Vincent….je hebt gelijk met betrekking tot Invercargill ! 

zaterdag 8 oktober 2011

Zondag 9 oktober




De dag begon koud. IJskoud. We worstelden ons uit ons bed omdat we ons hadden voorgenomen vroeg op pad te gaan. We wilden vandaag een berg beklimmen. Daarvoor moet je vroeg uit de veren. Maar, goede hemel, wat was het koud. De vorstwolkjes stoomden uit onze mond of neus wanneer we uitademden. Tijdens het rijden hebben we de kachel van de wagen hoog gezet. Volgens de temperatuurmeter op het dashboard was het buiten een kleine 2 graden. Je kan wel merken dat we de zuidpool inmiddels dicht zijn genaderd.

Het plan was om Key Summit te beklimmen. Deze reuzeheuvel (een berg mag je een hoogte van 919 meter geloof ik niet noemen), ligt op de weg naar Milford Sound, de toeristische tegenpool van Doubtful Sound waar we gister waren. De track is populair onder dagjesmensen. De wandeling laat het fjordenlandschap in al haar schoonheid zien. Althans, niet de fjorden, maar wel het berglandschap waar het midden in ligt. Enfin, bij de betreffende parkeerplaats de camper neergezet en op weg naar boven.



Het pad liep direct steil de hoogte in en bleef dat het volgende kleine uur ook doen. We liepen door het ons inmiddels enigszins bekende regenwoud, wederom omringt door allerlei vogelgeluiden. We moesten regelmatig een beekje of een kleine waterval oversteken. En het pad bleef omhoog voeren. Het pad was goed begaanbaar. Soms was een deel door een heftige regen of een kleine steenlawine weggegleden, maar de richel die overbleef was breed genoeg. Soms lag er een boom over het pad heen en dat betekende dan klimmen of diep door de knieën. We voelden ons weer echte ontdekkingsreizigers. En warm, ja. Goede hemel wat kregen we het warm. Steeds meer kledingstukken gingen uit. En we waren alleen, dat ook. Ondanks de zondag en de strakblauwe lucht, waren we blijkbaar als enige op het idee gekomen om op zo’n onzalig vroeg tijdstip (alhoewel, het was 11 uur toen we begonnen te lopen, na een autorit van ruim 2 uur) een klim te wagen.

Toen we na ruim drie kwartier doorklimmen de top bereikten, vielen we weer stil. Het uitzicht was wederom adembenemend: overal om ons heen besneeuwde bergruggen, watervallen, beekjes en ga zo maar door. We stonden in een enorme wijdsheid en de enige geluiden waren die van de vogels, de wind en het schuren van onze jassen.



Eenmaal weer bij de camper besloten we om door te rijden naar Milford Sound: dit fjord is namelijk wel via een autoweg te bereiken.

Een spectaculaire weg.

Natuurlijk. Hoe kan het anders.

Sneeuw, watervallen, klimpartijen en flinke afdalingen. You name it. It’s there. De apotheose is een tunnel. 

Een tunnel? 

Ja, dat wil zeggen, een Nieuw Zeelandse tunnel. Ze zijn er erg trots op. Maar de tunnel is net te smal voor twee auto’s. Het lukt wel, maar het houdt niet over. En, wanneer je de tunnel inrijdt, duikt je auto direct in het donker een steile diepte af. Recht omlaag, zo lijkt het wel. Je gaat nog net niet over de kop, bij wijze van geintje. Zo’n tunnel. Enfin, hierna zijn de resterende haarspeldbochten kinderspel en uiteindelijk bereik je Milford Sound. Daar is niks an. Alles is gericht op toeristen: er is een haven voor de vele afvaarten van rondvaartboten, er is een vliegveld waar om de 10 minuten een vliegtuig opstijgt of een helicopter. Maar als je een kopje koffie wilt drinken, dat lukt niet. Hier gaat het wel erg letterlijk om de reis die het doel van de tocht is. 

Of zoiets.

Zaterdag 8 oktober




We verlieten de kroeg toen zo ongeveer iedereen in een lyrische stemming luidkeels zat te juichen. Iedereen waren in dit geval Fransen die genoten van hu overwinning op de Engelsen tijdens de kwart finales van het wereldkampioenschap rugby. Eerder hadden we al de ondergang van het Ierse team bekeken, door toedoen van de Walsh-spelers. Om de twee wedstrijden te kunnen blijven volgen in de kroeg, hadden we een maaltijd genoten, enkele drankjes, een dessert en uiteindelijk toch ook nog maar samen een portie spareribs gegeten. Hierna hadden we van alles genoeg: eten, drank en rugby.

De geslaagde avond was een waardige afsluiting van een gedenkwaardige dag. Gisteravond noemde ik het foto-album op facebook: “wie kent nog een vorm van overtreffende trap voor mooi…”, vandaag hebben we die gevonden: Doubtful Sound.

Doubtful Sound ligt in het grootste natuurpark van Nieuw Zeeland, het fjordland national park. Een immens gebied aan de zuidkust, onherbergzaam, dooradert met zeearmen, fjorden en overal beekjes, meren en supermeren. De bekendste fjorden zijn Milford sound en Doubtful sound. We kozen voor Doubtful sound omdat dit minder toeristisch is. Het natuurschoon is van beide vergelijkbaar: overweldigend. Bijzonder van Doubtful sound is dat het niet over de weg te bereiken is. Om er te komen moet je het Manapourimeer over: het 5e meer, wat grootte betreft, van Nieuw Zeeland. Aan de overkant wordt je in een bus gezet die je over een onverharde weg een idioot hoge pas overbrengt, naar een haventje, waar je weer overstapt op een boot die je uiteindelijk Doubtful sound opbrengt.



De boottocht over het Manapourimeer is al van een enorme schoonheid, maar iedere vorm van taal ontglipt je wanneer je de indrukken moet beschrijven die Doubtful sound op je maakt. Je verzandt in nietszeggende superlatieven en clichématig gestamel. Het enige wat rest is, mond houden en genieten. Dat is ook precies wat halverwege de boottocht gebeurt: de machines van de boot worde stilgelegd en iedereen wordt verzocht zijn of haar mond te houden. Opeens hoor je van alle kanten vogelgeluiden, het klateren van beekjes en watervallen en het zachte klotsen van de golven tegen de boot. De bergwanden rijzen hoog boven je uit. De meest stijle wanden zijn  begroeid met bos en hoge varens. Op de toppen ligt sneeuw. Overal watervallen. Je vaart de Tasmaanse zee op en je ziet een kolonie zeehonden. We varen terug het fjord op en opeens wordt de boot begeleid door een groep van zeker 6 dolfijnen. Deze dieren zijn wel 4 meter lang en ze zwemmen rustig voorbij, enkele kleintjes bij hen.

Op de terugweg worden we nog een waterkrachtcentrale ingebracht. De touringbussen verdwijnen met ons een berg in en nemen ons 2 ½ kilometer mee, ze brengen ons zo enkele honderden meters de berg in. Het is teveel. Het blijft maar doorgaan.



Vandaar die rugbywedstrijden in de kroeg. Gewoon even geen natuur. Geen watervallen, Geen dolfijnen. Gewoon een Guiness, spareribs en domweg genieten van het spel. Jammer dat die Fransen wonnen, dat wel.

donderdag 6 oktober 2011

vrijdag 7 oktober



We rijden al vroeg weg van de camping; we willen vandaag naar Manapouri en dat ligt vrijwel in het Zuiden. Hemelsbreed is dat geen end, maar uit ervaring weten we inmiddels dat de route nogal eens over, langs en door bergen heen gaat en dat houdt op. Nou ja, wat heet “ophouden”….het is weer volop genieten van prachtig besneeuwde bergen en schitterende vergezichten. Elke keer als je denkt “mooier kan niet” duikt het volgende, nog mooiere, plaatje op. Nieuw Zeeland verbaast ons elke seconde. Ook vandaag weer een steile pas bereden. Eenmaal boven is de top van de berg in wolken gehuld, is het koud en ligt er sneeuw. We hopen maar dat dit zich niet doorzet. Als camper beklim je zo’n pas niet zo snel, maar de Nieuw Zeelandse rijder is zeer beheerst en geduldig. Hij blijft rustig en met gepaste afstand achter je rijden; geen geheu, geen gekleef, alles op z’n tijd. Als je even uitwijkt om hem te laten passeren, wordt dat beloond met een druk op de claxon of een vriendelijke zwaai.

We zitten nu al heel wat dagen op de weg en daarbij valt ook op dat er heel wat dode possums langs en op de weg liggen. Possums zijn soort buideldiertjes die ooit vanuit Australië naar Nieuw Zeeland zijn gekomen. Ze worden gezien als ongedierte en gezien het aantal dode possums op de weg , wordt er niet voor ze gestopt als ze oversteken. De   zijn superzacht en worden verwerkt, met Merino wol van de schapen, in truien etc.
Schapen lopen er in overvloed; op elke inwoner zijn er 10 schapen ! Koeien zien we blij in de wei lopen en soms zelfs hele kuddes herten.

De reis naar Manapouri gaat vlotter dan verwacht en rond 12.00 uur rijden we de camping al op. We zijn de eersten ! Een enorm meer strekt zich achter de camping uit, het meer waarover we morgen met een boot naar Doubtful Sound zullen worden gebracht. Deze Sound is een deel van een zeer omvangrijk fjordengebied  in het Zuidwesten van Nieuw Zeeland. Ach, wat hebben ze hier nou niet…..?!



We maken nog even twee wandelingen in de omgeving en worden daarbij geplaagd door zandvliegen. Die beestjes komen we vooral aan de westkust tegen en belagen je vooral als je stil zit. Het weer zit reuze mee; veel zon  en lekker warm. Gisteren nog even via skype met Petra en Vincent gepraat. Zij hadden onze zonnige foto’s op facebook gezien en waren jaloers….in Christchurch was het somber, bewolkt en regenachtig. We blijven nog even in het westen !

woensdag 5 oktober 2011

Donderdag 6 oktober





We besloten vandaag vroeg een camping op te zoeken en de middag in de zon door te brengen. We zaten nog geen uur toen naast ons een campervan parkeerde zoals je deze hier meer ziet: een soort grote personenauto waar achter de voorstoelen een bed kan worden uitgeklapt. Meer luxe heeft de camper niet en meer heb je eigenlijk ook niet nodig: de campings hier zijn zonder uitzondering schoon, goed voorzien van sanitaire ruimtes en ook zijn er altijd keukens en huiskamers waar door iedereen gebruik van kan worden gemaakt.

Uit de wagen klommen drie jongeren. Eén van hen bleek een Ier en hij vatte de rit als volgt samen:
“We came around the corner of a mountain and, Jesus Christ, I saw a lake as big as an ocean. It went on and on and on. Everywhere surrounded by mountains, covered with snow…then I turned around a corner and there was another lake…It was at least as big as the other one….I love this country.”
Die meren waren lake Wanaka en lake Hamea. Het zijn niet de grootste meren van Nieuw Zeeland, maar die Ier vatte de schoonheid goed samen: diepblauwe meren, tegen een achtergrond van een bergketen, bedekt met sneeuw en ijs. Bedenk overigens dat we ons nog geen uur eerder aan het strand bevonden, met uitzicht over de Stille Oceaan...

De rit vanuit Haast voerde ons direct de bergen in. Deze bergpas is minder spectaculair dan Arthurs pass, wat betreft de klimpartijen en afdalingen, maar de omgeving is minstens ze mooi. We zijn verschillende keren gestopt om naar een waterval te wandelen of om een snelstromende beek te bekijken. De weg voerde ons ook door veel bos. Steeds weer die wonderlijke bomen en metershoge varens.



Na een korte rit van een kleine 145 km, kwamen we in Wanaka. Hier hebben we eerst Stuart Landborough’s puzzling world aangedaan. Belangrijkste onderdeel, wat ons betreft, is een uitgebreid labyrinth. In dit complexe stelsel van gangen en trappen, moesten we onze weg zien te vinden. Met ons vele anderen. Grappig was dat iedereen bezig was om op zijn of haar eigen manier positie te bepalen en de weg te vinden. Sommigen leken dit vrij snel te doen, anderen bleven we steeds op hetzelfde punt tegenkomen, steeds wanhopiger. De andere onderdelen van deze puzzelwereld bleken minder interessant, dus na een korte lunch vertrokken we weer.

Wanaka ligt aan de kop van het meer. Het heeft van hieruit een prachtig uitzicht over het water en de verschillende bergketens die het water omringen. De camping lag even tegen de helling op, zodat we vanuit de camper ook weer konden genieten van hetzelfde uitzicht. De zon scheen, de vogels floten, we hebben onze stoelen naast de camper gezet en besloten onze ontdekkingsreis even te onderbreken voor een luie, lekker nietsmeerdoen-middag.

woensdag 5 oktober



Gisteravond nog even contact gehad met pa en ma via skype. We zijn er inmiddels al aan gewend dat óf het één (geluid) óf het ander (beeld) en soms allebei het niet doet bij hun. Ditmaals kwam het beeld niet goed door, dus dat maar uitgeschakeld. Goed om de stemmen en wat verhalen te horen.

Vanmorgen vertrokken uit Franz Josef; we zijn niet stijf van de wandeling van gisteren. Dat valt weer reuze mee ! De tocht voert ons verder langs de Westkust naar Haast. Wat een idiote namen hebben ze in deze streek !  We hebben gelezen dat hier mooie wandelroutes te  lopen zijn, dus verzekeren we ons eerst van een plekje op de nabijgelegen Top 10-Holiday camping en toeren daarna in zuidelijke richting langs de kust richting Jackson Bay.  De dame aan de receptie is zo vriendelijk ons al een aantal wandelingen aan te raden.
Van Jan en Ria kregen we de tip over de Top 10-Holiday campings ; verspreid over het gehele eiland, mooi en schoon sanitair en veelal geasfalteerde plekken voor de camper. Schaf je een Top 10 membershipcard aan, krijg je 10% korting op elk verblijf. Inmiddels hebben we de kaart er al ruim uit!

Op weg naar Jackson Bay (58 km. vanaf Haast) bevindt zich naast de weg een kleine delta van een rivier. Hier maken we onze eerste wandeling. Over plankiers lopen we een route; het water is ondiep en daardoor zien we talloze zgn. whitebaits zwemmen. Dit zijn kleine visjes die momenteel  overal gevangen worden. Langs elke rivier of tak ervan zie je onooglijke hutjes staan van waaruit mensen die visjes mbv fuiken vangen. De whitebaits worden in hun geheel gebakken in ei, in deeg of gewoonweg gefrituurd. Ze smaken naar schol. In heel Nieuw Zeeland is het een delicatesse.



Vanuit de delta gaat de wandeling over in een stukje tropisch woud. Dit met de bijbehorende, voor ons onbekende, vogelgeluiden. Sommige vogels zingen hele riedels; je kunt aan ze horen dat ze het hier dik naar hun zin hebben.

De weg leidt verder langs de kust naar Jackson Bay. We wanen ons vrijwel alleen; er zijn nauwelijks auto’s op de weg. Het uitzicht is weer grandioos; prachtig blauwe zee, hoge golven die tegen de rotsen opspatten en op de achtergrond besneeuwde toppen van bergen. Het is een plaatje ! In Jackson Bay lopen we via een natuurreservaat naar een strandje. We zijn hier helemaal alleen ( op de zandvliegjes na) en genieten met volle teugen van al dat geweld van de zee. De vloed komt namelijk op en dat geeft prachtige effecten.

Tegen een uur of vier zijn we weer terug op de camping; nog  even genieten van de zon die overmatig aanwezig is . Korte- broeken- weer !