vrijdag 21 oktober 2011

zaterdag 22 oktober




Vanmorgen werd ik om een uur of 5 wakker. Klaarwakker. Ik probeerde me nog een keer om te draaien, dat lukte, maar de slaap kwam niet meer terug. Ik luisterde naar de geluiden om me heen. Alhoewel we een maand zijn weggeweest, zijn ze zeer vertrouwd. De verwarmingsketel die aanslaat; één van de honden die luidruchtig ademhaalt in een diepe slaap; in de huiskamer klonk de rustige slag van de electrische klok die naast de televisie hangt. We zijn weer thuis.

Ik besloot om mijn bed maar uit te gaan. De temperatuur in huis is weer centraal geregeld, dus koud wordt het nooit. In de huiskamer ze tte ik een espressopotje op het vuur en wachtte totdat de koffie zich pruttelend melde. De twee katten draaiden om mijn benen. Ik realiseerde me dat ik ze gister geen eten had gegeven en deed dat alsnog. We zijn weer thuis.

Mijn gedachten zijn nog in Nieuw Zeeland. Donderdag liepen we nog rond in Christchurch en vanaf 13.30 uur die dag zijn we in enkele ferme sprongen, tegen de klok in, weer teruggereisd naar Nederland. We hebben de zonsopgang van de donderdag op de vrijdag drie keer meegemaakt (of was het nu twee keer?) en evenzovele keren ontbijt aangeboden gekregen in het vliegtuig. Mijn darmen begrijpen het nog niet helemaal en rommelen protesterend op de achtergrond. En ik ben dus om 5 uur ’s ochtends klaarwakker.

Vrijdag om 11.40 uur zijn we geland op Schiphol. Toen hadden we zo’n 26 uur in verschillende vliegtuigen doorgebracht. We hebben Sydney, Bangkok en Londen gezien. Althans, de luchthavens. Via het nieuws begrepen we dat in Bangkok de noodtoestand is uitgeroepen in verband met enorme overstromingen die de stad bedreigen. Niets van gemerkt. Nog geen spatje water kwam uit de hemel vallen. Vanuit de lucht zagen we enorme hoeveelheden lichtjes en op de snelwegen leek het rustig te zijn. Het was daar toen middernacht. Op Heathrow vielen me de koppen in de kranten op naast een wat wazige foto van iemand die leek op Khadaffi “Don’t shoot me!” Ze bleken hem te hebben doodgeschoten nadat ze hem uit een rioolbuis hadden getrokken. De wereld draait door. Dat bleek ook wel uit het aantal reizigers. Ongeacht het tijdstip bleken de internationale luchthavens die door ons zijn aangedaan, volledig in bedrijf en er liepen duizenden reizigers rond die alle kanten op gingen.

Op Schiphol stonden we lang en tevergeefs te wachten op de koffer van Anita. Hij kwam niet meer tevoorschijn. Nadat ze de nodige papieren, onze wereld draait nog steeds op formulieren en procedures, had ingevuld, konden we dan eindelijk door de douane. Daar stonden Mirte en Koen en mijn ouders ons op te wachten. Het weerzien was fijn, warm en opgetogen. Mirte had voor ons een ballon (welkom thuis) en voor ieder van ons een roos meegenomen.

Toen ik wakker werd realiseerde ik me ook weer dat Petra nog aan de andere kant van de wereld was. Dat weet ik natuurlijk heel goed, maar het besef komt wel eens onverwacht binnen. Ik voelde heimwee, nu alweer. Gelukkig gaat het goed met Petra en met Vincent, dat helpt.

Ik bladerde door de vele foto’s heen die we de afgelopen maand hebben gemaakt. Het is ondoenlijk ze allemaal te bekijken. Het is allemaal alweer een herinnering. Het zullen verhalen worden. Beelden. We zullen ons gaan afvragen hoe een plaats ook alweer heette en waar we nu precies wat hebben gezien: Omarama, Oamaru, Wanaka, Rangiora, Kaiapoi, Dunedin, Manapouri, Te Anau, Winton. We zullen al die namen geleidelijk aan wel weer vergeten. Nieuw Zeeland zal ons wel weer vergeten. Dat is allemaal niet erg. We zijn er geweest, we hebben er rondgelopen, gekeken en genoten. We hebben mensen ontmoet, spontaan of afgesproken, mensen die er wonen en leven. Hartelijke, belangstellende mensen die, zo leek het ons, het tempo van hun leven zelf bepalen en zich niet gek laten maken. Een auto is daar een gebruiksvoorwerp, je huis een plek om in te wonen (zoals jij dat wilt), je kleding moet vooral makkelijk zijn. Een kaal peertje tegen het plafond geeft ook licht. Mensen die de geschiedenis van de Maori’s net zo goed als eigen geschiedenis beschouwen als de geschiedenis van de westerse kolonisten. Blanken die ons begroeten met een Maorigroet, de gewoonste zaak van de wereld.

Zijn er dan geen andere geluiden? Ongetwijfeld. Maar wij hebben ze niet gehoord.

We spraken ergens tijdens onze vakantie met een Nieuw Zeelandse die ooit in Nederland had gewoond. Ze was hier, na zo’n 10 jaar, 2 jaar geleden nog eens naar teruggekeerd. Ze vond het land onherkenbaar veranderd. De warmte, gastvrijheid en tolerantie waren verdwenen. Mensen waren gestresst en angstig.

Nou, daar zit ik dan. Ik probeer te wennen aan het idee dat mijn plek weer hier, In Nederland, is. Ik probeer te wennen aan het idee Petra en Vincent voorlopig weer alleen via skype en de mail te ontmoeten.

Ik zet nog maar een kop koffie en hoor ondertussen de krant op de gangvloer ploffen.

De wereld draait door. 

woensdag 19 oktober 2011

Mount Cook



Eindelijk zichtbaar deze vakantie...Mount Cook.
Hét afscheid viel niet mee. We hebben een fantastische vakantie gehad en genoten van Petra en Vincent. Hét gaat goed met hen. Morgen weer in Nederland, bij Koen en Mirte...daar kijken we ook weer naar uit!


dinsdag 18 oktober 2011

19 oktober



Gedurende de nacht werd al duidelijk hoe onze één na laatste dag er uit zou zien: nat en winderig. De regen viel met bakken neer op het dak van de lodge. Het hield de verdere dag niet meer op met regenen. Het maakt voor ons niet veel meer uit: we komen vanaf vandaag in een stroomversnelling van noodzakelijke afrondende activiteiten, te beginnen met het inleveren van de camper. Het accentueert ons nu snel op ons afkomende vertrek, maar leidt hier ook weer wat vanaf.

De rit van Hanmer Springs naar Rangiora was vooral een kwestie van geconcentreerd beide handen aan het stuur houden. De stevige wind speelde met alles wat op haar weg kwam en een ruim 6 meter lange camper is dan een leuk speeltje. De weg zelf was wat saai: lange rechte wegen door een voornamelijk agrarisch landschap.

Het camperverhuurbedrijf had nog een verrassing voor ons in petto: volgens hun administratie zou de camper gister al ingeleverd moeten zijn. We waren en zijn ons van geen kwaad bewust en niemand maakte er een groot punt van, als we maar wel even bijna 500 NZD extra wilden betalen.

En daarmee begon de lol.

Ik gebruik mijn creditkaart maar zelden, doch in Nieuw Zeeland bleek betalen met een bankpas onmogelijk. Dus benzine, boodschappen, etentjes, overnachtingen, alles ging van de creditkaart. Totdat mijn (beperkte) limiet was bereikt. Geld opnemen met de bankpas bij een pinautomaat is weer geen probleem, dus vanaf dat moment zorgden we ervoor voldoende cash op zak te hebben.

Nog steeds geen probleem.

Maar het verhuurbedrijf wilde niet cash worden uitbetaald. Ze accepteerden alleen een creditkaart. Of ik de bank maar even wilde bellen. Mijn uitleg dat het momenteel middernacht is in Nederland, maakte weinig indruk. Frustrerend, we konden het geld cash ter plekke op tafel leggen, maar ze wilden het niet aannemen.

Bgrfrgggghrrrr....

Enfin. Uiteindelijk is Petra naar de fabriek waar Vincent werkt gereden, heeft zijn bankpasje meegekregen en hiermee is uiteindelijk de rekening betaald.



En ondertussen bleef het maar regenen.

Vanavond eten we bij Petra en Vincent. We slapen bij Marc en Bridgette.

Morgen weer op weg naar Nederland.

Hopelijk is het daar droog :)

dinsdag, 18 october



Vandaag was een reisdag. We besloten om vanuit Picton eerst naar Havelock te rijden. Havelock op zichzelf is een typisch plaatsje van niks, maar de route hiernaar toe is magnifiek. Je volgt namelijk de fjordenkust aan de noordzijde van het Zuidereiland. Dat betekent stevige klimpartijen en enorme uitzichten over een steeds wisselend landschap. De camper werd voortdurend weer stilgezet om te genieten van alle indrukken. De 30 kilometer namen enkele uren in beslag.

Vanuit Havelock ging het sneller naar Nelson. Nelson ligt aan de Tasmanië baai, een populaire vakantiebestemming voor Nieuw Zeelanders: de temperatuur is hier veelal hoger, de zee diepblauw en beschut (want een baai) en Nelson is zelfs een aantrekkelijk stadje met restaurants, winkeltjes, kroegen en andere uitgaansgelegenheden. Het lentezonnetje scheen vanmorgen al volop. In de zomer, wanneer de temperaturen hier oplopen tot boven de 30 graden, doet alles zonder twijfel mediterraan aan.
Vanuit Nelson wilden we weer omlaag, richting Christchurch. Morgen moet de camper alweer worden ingeleverd en ik heb geen zin in gedoe omdat we nog het halve eiland over moeten. We besluiten dus, ondanks de dreigende zwarte lucht voor ons, de Lewispass over te steken.



Dat hebben we geweten.

De Lewispass voert via een smalle, kronkelende weg met steile hoogten en huiveringwekkende afdalingen, naar de oostkust. We waren nog maar net goed op pad, toen de regen losbarste, niet veel later werd de regen hagel. Stevige hagel. Enorme hoeveelheden hagel. De weg werd volledig bedekt door een dikke laag hagelstenen. We konden alleen nog maar stapvoetsrijden. Het landschap leek een winters. Gelukkig is het belangrijkste verschil dat het niet vriest en de weg daarom niet glad wordt. De enorme hoeveelheid water moet echter weg en spoelde overal en vormde op allerlei plekken diepe plassen. Het werd natuurlijk donker. Kortom, feest voor campers.

Maar goed, we hebben het gehaald. Uiteindelijk daalden we af in een mooie vallei waarin het woord “spring” in allerlei namen van dorpen duidelijk maakt dat hier overal natuurlijke bronnen zijn. Wij bogen af naar Hanmer Springs. Anders dan de naam suggereert, zijn hier nu juist geen natuurlijke bronnen. Toch hebben slimme ondernemers hier allerlei baden aangelegd en dit wordt stevig uitgebuit. Hanmer Springs is een toeristische attractie voor gezondheidzoekende, moegestreden moderne burgers: hier vinden ze therapeutische baden, allerlei vormen van helende massages, modderbaden, warmwaterbaden en ga zo maar door.
Wij vonden er een mooie, moderne lodge waar we voor de avond inboekten.

Morgen reizen we verder naar Christchurch om de camper weer in te leveren. Overmorgen stappen we alweer op het vliegtuig. Helaas kon Vincent de afgelopen dagen geen vrij krijgen. We genieten volop van het gezelschap van Petra. Na morgen nemen we voor lange tijd weer afscheid van elkaar.

Daar moeten we nu nog maar even niet aan denken.

zondag 16 oktober 2011

Wellington, 17 oktober




Wellington, 17 oktober.


Vandaag ben ik gevraagd om als gast een blog te schrijven tijdens de reis van mijn ouders door Nieuw-Zeeland.
We blijven nog even hangen op zondagavond tijdens deze blog..

11.00pm.Nadat de All Blacks een geweldige overwinning hebben behaald op Australië,
en zij dus nu zeker zijn van een plek in de finale tegen Frankrijk volgende week.
Denken mama en ik heerlijk in slaap te kunnen vallen na een mooie dag op de boot en in Wellington.
Beide al gewapend tegen het feit dat pap nogal snurkt, met kussens rondom ons gezicht maken we ons op voor de nacht..
Nog net niet het kussen geraakt met ons hoofd, knalt de muziek in de kroeg onder ons aan,
En knallen liedjes zoals: we are the champions, the spice girls en andere dance beats door de ruimte.
Zelfs het gesnurk van pap wordt hierdoor overstemt. Na wat geswing en onbewust mee geneurie vallen we uiteindelijk in slaap.

8.00am. We hebben lekker geslapen en kijken uit naar een dag in Wellington. Het nationale museum staat als eerste op de planning (volgens de locals een museum waar je zeker 2 dagen kan doorbrengen). Met dit in ons achterhoofd besluiten we er, Hollands als we zijn, er ruim 20minuten van te voren al te zijn. Gelukkig is het weer goed, schijnt de zon en is het alleen wat windig in de haven. Ook in Wellington staat veel in het teken van de rugby world cup, dus vermaken we ons deze 20minuten in de fanzone, waar mooie rugby foto’s te zien zijn.

Waar we in Nederland zo gewend zijn aan de ordelijke indeling van een museum, loopt hier werkelijk alles door elkaar heen. Van de geschiedenis van de Maori en Pacific Islanders naar een reuze inktvis, van de landindeling van Nieuw-Zeeland naar een totaal onbegrijpelijk filmpje over de golden days.
Maar wel ontzettend mooi en informatief.

Hieronder een aantal hoogte punten:




-          The Haka. How to do it? En dat hebben geweten, staand op een rode stip en op het scherm een maori die ons inleidde in deze krijgerdans. Stap voor stap werd ons geleerd om een volwaardige Haka te dansen. Natuurlijk moesten we dit uiteindelijk ook late zien en werd dit opgenomen. Papa soepel door de knieën, zijn tong constant uitstekend en zijn arm op en neer…mama maakte er haar eigen dans van en wiegend met de heupen, op en neer door de knieën en zwaaiend naar het scherm, en ik meer als robotfiguur en elke keer een paar seconden te laat maakte we er een mooie show van.
-          Earthquake. Ik heb inmiddels al een paar keer een aardbeving meegemaakt, maar ook pap en mam konden dit vandaag ervaren. In een klein houten huisje hoorde je het gedonder al op je afkomen en eindigde het uiteindelijk in een volwaardige aardbeving. Het huisje werd alle kanten opgeschut en spullen raakte aan de rol.
-          Ta Moko- Maori tattoo: zoals ook mogelijk was in het volkenkunde museum in leiden, kon je ook hier een heuse Moko (ook wel Maori tattoo genoemd) laten zetten. Iets waar ik al een tijdje over twijfelde en wat mama blijkbaar ook erg trok. Na wat voor-en tegens genoemd te hebben, toch besloten een tattoo te laten zetten. Ik op de enkel en mama op haar onderarm.



Na 3uurtjes  museum de stad weer ingedoken.
De stad bestaande uit met name hoogbouw, (wat een vreemde gewaarwording is na 7maanden laagbouw, dorpjes en natuur op het Zuidereiland) heel veel winkels, drukte en mensen die constant haast te hebben. Even lijkt het weer dat we terug zijn in NL, rond te lopen in een stad als Amsterdam.
Pap en mam zijn inmiddels hun laatste weekje NZ ingegaan, en dit brengt ook het zoeken van souvenirs met zich mee.
Iets wat mama en ik totaal niet erg vinden om te doen. Dus de rest van de middag is het winkel in/winkel uit en tussendoor een lekkere kop koffie en/of thee, om ook pap wakker te houden.
Tijdens onze zoektocht naar souvenirs komen we bijna per ongeluk terecht bij de kabelbaan.

Een klein treintje wat je naar de top van Wellington brengt, langs de universiteit, naar de botanic gardens. Op de top een geweldig uitzicht over de stad, haven en zee. De gardens vol exotische planten en hier en daar een mooi gekleurde vogel. Die we alle drie het mooiste op ons eigen fototoestel willen zetten.
De rest van de dag brengen we struinend in de stad door. Toch best fijn om weer eens in een “normale ”stad te lopen.
Na een hapje in een plaatselijke pub brengt een taxichauffeur ons terug naar de haven, terug naar de boot die ons terug zal varen naar Picton.



De taxichauffeur weet ons nog wat weetjes over de boot te vertellen, vertelt ons dat hij wel eens walvissen en dolfijnen heeft gezien tijdens de bootreis en geeft ons nog wat tips waar we eventueel morgen naar toe kunnen.
Zo is de top van het Zuidereiland bekend om de wineyards en mooie natuur. Is Nelson een erg leuke stad om naar toe te gaan en maar 6uurtjes van Christchurch vandaan.
Er staat ons dus nog een mooi avontuur te wachten.

(En ik wil natuurlijk nog gewoon lekker genieten van het feit dat ze na 7maanden weer gewoon hier naast mij zijn….) J



Groetjes,
Petra

Zondag 16 oktober



De straten worden stil. Ergens klinkt nog een verdwaalde auto. Ergens gilt een dronken man, te ver heen om te beseffen wat er om hem heen gebeurt. In ieder restaurant, iedere pub en op iedere andere plek waar mensen bijeenkomen, staan immense televisieschermen opgesteld.

Het is de avond van de halve finales van het wereldkampioenschap rugby: the all blacks moeten uit tegen Australië. De wedstrijd is vergelijkbaar met een voetbalwedstrijd tussen Nederlands Oranje en de Duitse Mannschaft.  Op onze hotelkamer hangt een groot scherm, waar Anita en Petra onmiddellijk achter kruipen. Ik realiseer me dat rugby bij mij dezelfde koortsen veroorzaakt als voetbal: niks, noppes, geen enkele reactie. Het laat me volkomen koud.

Ik begin dus maar aan het verslag van vandaag.

Die dag begon in Blenheim. De regen was verdwenen, de lucht was blauw en er scheen een warm lentezonnetje. Petra werd op de camping afgezet en gezamenlijk vertrokken we naar Picton, een havenplaats vanwaar we het veer naar Wellington op het Noordereiland zullen nemen.

Dat veer bleek ongeveer net zo’n indrukwekkende boot te zijn als de boten die tussen Nederland en Engeland varen. De tocht zou drie uur duren.



De kust van het Zuidereiland hier is een fjordenkust en Picton ligt diep in één van de vele fjorden. De boottocht gaat het eerste uur door een indrukwekkend fjordenlandschap, vervolgens steek je in een uur de “Cookstreet” over: dit is dus de grote oceaan en die enorme boot golft vrolijk mee met alle bewegingen die dit enorme water maakt, tenslotte buig je een enorme baai in. Na nogmaals een enorme bocht in deze baai, vaar je recht op Wellington af. Dat is wel een cultuurschok na bijna 4 weken Zuidereiland: een enorme stad met wolkenkrabbers en eindeloze buitenwijken tegen de hoog langs de stad omhoogstekende heuvels aangebouwd.

We hebben gereserveerd in het Cambridge-hotel. Een hotel uit de 19e eeuw. De stad zelf spreekt ons onmiddellijk aan: veel restaurants, mooie parken, 19e eeuwse gebouwen, kortom, een stad vol leven. Maar vanavond draait alles dus om de rugby. Werkelijk ieder meisje op straat heeft een zwart mokro-symbooltje op de wang getekend, veel jongens dragen hun rugbyshirt. Auto’s hebben all-black vlaggetjes uit de ramen hangen. Kortom. Rugby.

We eten bij de 4 Kings. Een trendy tent volgehangen met televisieschermen. Het eten is er goed, maar, we weten het inmiddels, veel te veel. De jongeren in het volgepakte restaurant verkeren in nerveuze afwachting. Nog een uur en dan begint het.

Op de televisie betreden de grootste helden van het zuidelijk halfrond het speelveld. Maoristrijders maken zich klaar voor de hakka. De pompeuze muziek zwelt aan. Een Australische Jan Smit heft het Australische volkslied aan. Een NieuwZeelandse heft hun volkslied aan. Het is allemaal nog niks, iedereen wacht natuurlijk op de hakka. In het stadion met 50.000 bezoekers neemt de spanning toe, die zich volledig ontlaadt als het Nieuw Zeelandse team uitbarst in de Maori-strijdkreten. Het stadion wordt afgebroken en de teams stellen zich op voor de wedstrijd.

En in Nederland wordt nauwelijks aandacht besteed aan dit enorme festijn.



Omdat het hotel alleen wifi in de lobby heeft, ga ik daar maar zitten. Het bevrijdt me niet van de rugby. Al het personeel, zonder uitzondering jongeren, zitten gemagnetiseerd voor de buis en reageren heftig op de beelden. Terwijl ik toegang tot het netwerk koop, valt de eerste try en wordt iedereen gek. Ik voel me zoals ik me in Nederland voel tijdens een WK waarbij Oranje in de finale staat: een absolute idioot. Maar ik kan het ook niet veinzen: ik begrijp de hele consternatie gewoon niet. Inmiddels komen er nieuwe gasten binnen die volkomen worden genegeerd. Het interesseert ze niet, ze staan onmiddellijk mee te gillen voor de televisie. De All Blacks leiden de wedstrijd.

Ik laat het dan ook allemaal maar gebeuren. Morgen gaan we naar het belangrijkste museum van Nieuw Zeeland: Te Pappa.

zaterdag 15 oktober 2011

Zaterdag 15 oktober

whale watching...zo ziet het er nog wel spectaculair uit, ja...

De hele nacht was de regen op het dak van de lodge gekletterd. Het kon ons niets schelen: wij lagen warm en droog. Bij het ontwaken bleek de regen opgehouden te zijn er leek zelfs zo hier en daar wat blauw in de lucht te zitten.

Walviskijken is een industrie in Kaikoura. Geroutineerd worden de groepen zich verzamelende walvisliefhebbers samengedreven in het “whale station”, naast de “rail station” (geen slechte grap maar werkelijk zo). Je koopt een kaartje, wordt ingedeeld bij een vertrektijd en krijgt een half uur voor vertrek een instructievideo te zien. Vervolgens wordt je in een bus geladen (waar een eerdere groep net is uitgestapt) en naar een haventje gereden waar de verschillende walviskijkboten klaar liggen voor de afvaart.

We werden nog gewaarschuwd voorafgaand aan het vertrek, het zou een ruwe zee zijn en we moesten echt de open zee op. Dus er was een goede kans op zeeziekte. Waartegen natuurlijk in het winkeltje pillen a raison van 3 dollar per pil te verkrijgen waren. Haha, zeeziekte. Op vakantie is iedereen stoer en zeeziekte is ondenkbaar. Nou, dat hebben we geweten. Om ons heen vielen ze bij bosjes om. Een zure lucht verspreide zich al snel door de boot, vergezeld door onsmakelijke braakgeluiden. Vooral de chinezen bleken erg kwetsbaar. Die zaten als doodgeslagen zeehondjes op de stoelen en kwamen zelfs voor een walvis niet meer overeind.

De zee was ook heftig en de catamaran maakte enorme klappen op het water. Wij, Hollanders, konden er wel van genieten, maar we waren zo ongeveer de enigen.

En de gids maar kletsen en plaatjes tonen over de walvissen die we te zien zouden kunnen krijgen. Blue whales, dolfins, killer whales en, vooral langs deze kust, sperm whales: enorme potvissen van wel zo’n 20 meter lang. De zee hier is namelijk vlak buiten de kust al extreem diep: zo’n 1.200 meter diep. En die potvissen weten, wat wij allang weten: wat je van ver haalt, is lekker. Die duiken dus zo’n 1.000 meter diep en plukken enorme inktvissen uit het water (ze hebben hier inktvissen van 13 meter lang gevangen). Zo’n potvis kan zeker een uur onder water blijven, soms zelfs wel 2 uur. Hierna moeten ze naar boven om weer adem te halen, maar na een minuut of 7 gaan ze weer de diepte in. Een beetje kansberekening leert je dus al snel dat de kans dat je een potvis te zien krijgt niet eens zo heel erg groot is….

Dan helpt het als er heel veel zijn. Nou, die zijn er ook wel, maar ze verspreiden zich over een enorm oppervlak en zijn voortdurend aan het duiken. Het “whalewatchen” is dus op zekere wijze ook een komisch gebeuren: je vaart, in ons geval, zo’n 18 mijl uit de kust en de kapitein hangt een soort microfoon in het water en luistert. Hij hoort een potvis en start de motor weer en vaart in de richting van het geluid. Motor uit en opnieuw luisteren. Inmiddels hangt er ook een vliegtuigje en een helicopter boven je: ook zij willen een walvis zien en houden het bootje in de gaten. Komt die potvis eenmaal boven water, dan ziet hij dus een boot (soms meerdere), een vliegtuig en een helicopter boven zich. Vandaar dat zo’n potvis alweer snel bij zichzelf denkt, "we gaan maar weer eens naar beneden" J

Enfin, zo is het ook gegaan. We hebben uiteindelijk één potvis gezien. Hij lag een beetje op adem te komen en vervolgens zagen we een enorme staartvin omhoog steken… en daar ging hij weer.
En iedereen, op die chinezen en andere zeezieken na, was druk doende met foto’s maken en film schieten. Behalve ik, want mijn fototoestel is stuk.

Het was leuk maar ook wel een idioot uitstapje. Potvissen zijn prachtige en indrukwekkende dieren. We moeten er alles aan doen om ze te beschermen en om een manier te vinden om met hen samen te leven. Maar ik betwijfel sterk of dit soort commerciële uitwassen bijdragen aan dat wederzijdse begrip. Die chinezen zijn er in ieder geval alleen maar doodziek van geworden.

Na dit uitstapje, zijn we richting Blenheim gereden. Hier ontmoeten we morgen Petra en gaan we samen nog een paar dagen op stap.

Onderweg zijn we nog even langs de magische waterval gereden. De zeehondjes waren er nog. Ze speelden en stoeiden met elkaar. Het regende een beetje, maar iedereen kwam met een brede glimlach weer de parkeerplaats oplopen.

De regen veranderde geleidelijk aan in een enorme plensbui. Het zij zo. Morgen zien we Petra, onze dag kan nu alweer niet meer stuk.