Donderdag 29 september.
Het is alweer donderdag en nog maar 4 dagen geleden kwamen we aan in Christchurch. Het lijkt nu al weken geleden. We moeten dus eerst nog een paar dagen inhalen. Snel dan maar want er is teveel om te vertellen en we hebben ook nog zoveel plannen. Vooruit, de reis naar Nieuw Zeeland.
De reis.
We stapten afgelopen zaterdag om 19.10 uur op het vliegtuig naar Londen. Koen en Mirte hebben ons weggebracht en ook mijn ouders waren op Schiphol. Het is een vreemd moment om op enig moment elkaar maar aan te kijken en te melden dat we door de douane zouden gaan. We weten dat we elkaar over een paar weken weer zien en we gaan ieder jaar met vakantie en waarom zou je dan nu sentimenteel doen…maar toch. We gaan nu wel naar de andere kant van de wereld en dat voelt toch anders dan een paar weken Engeland. Mirte en Koen die gaan het natuurlijk prima redden en ach, we gaan gewoon. En daar gaan we, door de douane, op weg naar het blikken monster dat ons mee zal nemen de wereld over.
Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat vliegtuigmaatschappijen het voor elkaar hebben om mensen voor heel veel geld, urenlang opgevouwen in de meest oncomfortabele houding die je maar kan bedenken, geperst tussen honderden medeschepselen die allemaal snurken, op elkaars tenen staan, de rugleuning van de stoel in de schoot van degene erachter duwen, zonder enig protest zo transporteren. Ik heb geen hekel aan reizen, maar vliegen haat ik. Geen angst, maar het absolute gebrek aan enig comfort. De smakeloze maaltijden en de altijd ondrinkbare koffie. Geen negatief woord over de medewerkers, de stewards en stewardessen, zonder uitzondering vriendelijk en behulpzaam. Maar goed. De reis ging verder voorspoedig hoor. Het enige wat spannend was, was de aansluiting van de vlucht naar Christchurch in Sydney. Door de harde wind moest het vliegtuig uit Bangkok langdurig boven Sydney rondjes draaien totdat de wind wat was gezakt. Toen we eindelijk konden landen, was onze overstaptijd van ruim 2 uur, gereduceerd tot net een half uur. Dat was dus flink doorstappen in Sydney, maar gelukkig bleek de gate van het toestel naar Christchurch in hetzelfde gebouw als waar ons toestel aankwam. We haalden het.
De reis was al een vervreemdende ervaring, als het op de factor tijd aankomt. Vanuit Nederland reisden we eerst naar Londen. Door het uur tijdsverschil, landen we op dezelfde tijd als dat we in Amsterdam vertrokken, 19.10 uur. Vervolgens vlogen we urenlang tegen de zon in. Onze horloges konden alle tijdsverschillen natuurlijk niet bijhouden en uiteindelijk versprong zelfs de dag ten opzichte van de Nederlandse tijd. We raakten compleet in de war en wisten uiteindelijk niet meer of we nu op maandag of op dinsdag in Christchurch waren aangekomen (maandag dus). Bovendien, we vertrokken in de herfst en landen in de lente. Bomen staan hier volop in de bloesem, overal dartelen lammetjes in de wei, vogels maken luidkeels hun beschikbaarheid als partner aan soortgenoten bekend, kortom, het is lente en dat kan mijn hoofd niet altijd goed bijbenen.
Enfin, eindelijk dan Christchurch en eindelijk, eindelijk, eindelijk weer eens Petra in onze armen. Daar voeg ik verder niets aan toe. Alleen dat moment was de hele reis en alle gedoe meer dan waard.
Maandagavond, 26 september, Rangiora.
Vanavond zijn we bij Petra en Vincent in hun poolhouse. Maar eerst laat Petra ons Rangiora zien. Een typisch stadje in Nieuw Zeeland. De straten zijn enorm breed (en toch maar 2-baans), kaarsrecht. De huizen zijn vrijwel allemaal laag en er is geen huis gelijk aan een ander. Veel huizen zijn van hout. Ze zijn hier niet echt groot en ook de tuinen zijn vrij klein. Men maakt weinig werk van de tuin: gras en aan de rand bomen. Ieder huis is omheind door een hoog, houten hek. Het maakt op ons een rommelige indruk. Het centrum is klein. Vooral lokale winkels en veel makelaardijen. Inkopen worden gedaan in een enorme supermarkt aan de rand van de stad.
Petra en Vincent wonen in een poolhuis, inderdaad, vanuit hun 1-kamerwoning loop je zo een zwembad in. Het huis en zwembad horen bij een groter huis en deze mensen verhuren de poolhouse. Ze hebben het leuk ingericht en het is een comfortabele plek om te wonen. Echter te klein om logees te ontvangen, dus wij slapen de eerste nacht bij Marc en Brigitte, vrienden van Petra en Vincent. Brigitte eet die avond al mee en met haar rijden we naar hun woning. Een zeer vriendelijke, gastvrije vrouw. Marc is naar cursus en hem zouden we niet te zien krijgen: ’s ochtends is hij al om een uur of 5 het huis uit. We slapen prima en worden de volgende ochtend door Petra opgehaald om de camper op te halen.
Dinsdag 27 september.
Vandaag halen we de camper op. De wagen blijkt groter dan we hadden bedacht. Alles is aan boord: douche, toilet, keuken en een zithoek die wordt omgebouwd tot 2 persoonsbed. Bij Petra thuis richten we de camper in en dan nemen we alweer afscheid: Petra moet die middag en avond werken en ook de volgende dag. Wij trekken er twee dagen op uit. Ons eerste reisdoel is Akaroa, een plaatsje ergens onder Christchurch. Het is bekend omdat dit de enige plek is waar Fransen hebben geprobeerd om Nieuw Zeeland te koloniseren. Helaas voor hen waren de Engelsen hen net voor. Desalniettemin hebben de Fransen een havenstadje opgebouwd, Akaroa. Het stadje ademt, zo bezweren ons de reisgidsen, een franse sfeer. Wij zijn veel in Frankerijk geweest en begrijpen niet zo goed wat wordt bedoeld met die franse sfeer. Het is wel een sfeervol stadje: het ligt aan een enorm fjord, de heuvels rijzen hoog op vanuit het water. Het fjord komt uiteindelijk uit bij de Pacific. We vinden een camping die hoog boven het plaatsje ligt. Vanuit onze camper hebben we een prachtig uitzicht over het fjord en het haventje. We lopen vanuit de camping naar het plaatsje en slenteren langs het water. Bij een barretje drinken we wat en eten taart, franse taartjes, zeker.
Woensdag 28 september.
Vandaag gaan we met een boot een tocht door het fjord maken. De zon schijnt uitbundig en het is dan ook helemaal niet erg dat we nog ruim een uur moeten wachten op de afvaart. We slenteren rond en gaan op alle bankjes zitten die in de zon staan. We moeten wel, we kijken rond in een prachtige wereld die we helemaal niet kennen. We hebben gewoon tijd nodig om alles in ons op te nemen. Niet alleen dat wat we zien is vreemd (bomen zien er hier anders uit), maar ook de vogelgeluiden zijn op een prachtige manier anders.
We zijn niet alleen op de boot, maar het is niet druk. We vinden een mooi plekje, helemaal voor op de boot. Al snel komt een medewerkster naar ons toe, zij blijkt Nederlands te spreken omdat ze ooit een Nederlandse vriend had en zelfs enige jaren bij Eindhoven heeft gewoond. Dat was inmiddels 15 jaar terug. Ze was 2 jaar geleden nog eens terug geweest, maar ze vond het land enorm veranderd: mensen gedroegen zich gestresst en ze merkte nog maar weinig van de Hollandse gastvrijheid. Het enige wat ze echt mist, zijn de Nederlandse kerstfeesten, die zijn zoveel meer sfeervol dan in Nieuw Zeeland.
De bootreis was prachtig. Het heeft natuurlijk iets mafs: zo’n 15 volwassenen die in het water staan te turen, op zoek naar een dolfijn. De dolfijn die hier leeft is de kleinste soort dolfijn, ze worden maximaal 1 meter 40 lang. De meesten zijn kleiner. De soort is bedreigd, wereldwijd zijn er nog maar zo’n 7.000, waarvan ongeveer 1.000 in deze baai. Toch is de kans niet groot dat je ze echt te zien krijgt (vertellen ze wanneer je al met de boot onderweg bent, maar dat kan ook zijn om het spannend te maken want volgens mij krijgt iedereen ze te zien). We hebben ze gezien, mogelijk veelal dezelfde, een vrouwtje en een jong. Ze trokken zich niets van de boot aan, zwommen zelfs een stukje voor de boeg uit en waren vooral voortdurend op zoek naar eten. Het water is hier hooguit 18 graden en hun lichaamstemperatuur is vergelijkbaar met die van ons: ze moeten dus voortdurend eten om voldoende warmte (energie) te kunnen creëren. Verder voerde de tocht ons langs een groep jonge zeehonden: we snappen nu waarom zij “huilers” heten. Ook zagen we nog een enkele pinquin. Vooral de combinatie met het grootse landschap, de zon en de flinke zeewind, maakte de tocht een prachtige belevenis.
Omdat we met Petra hadden afgesproken om die avond een rugbywedstrijd van haar team bij te wonen, vertrokken we hierna snel terug naar Riangora. Petra zou hardlopend naar het rugbyveld gaan, wij met de camper achter haar aan. Dat dachten we tenminste. De camper startte niet meer. Zelfs geen klik. Hierop contact gezocht met de camperverhuurder, die voor ons de AA belde. Anita ging met Vincent door naar de wedstrijd, ik bleef wachten op de AA. Lang verhaal kort, de wegenwachtman wist de motor uiteindelijk te starten door onder de motor wat onduidelijke handelingen te verrichten. Hij gebood me hierna onmiddellijk door te rijden naar de camping, omdat hij zeker wist dat de motor opnieuw niet zou starten wanneer ik hem weer zou uitdoen. Dat werd ingewikkeld: ik met de AA-man op een camping en Anita ergens op een rugbyveld…Nu ja, uiteindelijk ben ik vanaf de camping gewoon weer teruggereden naar Petra haar huis (motor steeds laten draaien), Anita daar opgepikt en weer terug naar de camping en daar eindelijk de motor weer uitgedaan. We zouden wel zien hoe we de volgende dag zouden wegkomen.
Donderdag 29 september.
Techniek blijft mirakels. Die ochtend draaide ik het contact om en de motor startte direct. Omdat techniek zo’n mirakel blijft, vertrouw ik het niks en besloot toch naar het verhuurbedrijf te rijden. Aldaar mijn verhaal gedaan en, gelukkig, hierna weigerde de auto te starten. Dat werd een nieuwe camper. Maar dat ging zomaar niet: het bedrijf bleek Australisch. In Christchurch mochten ze niet zelfstandig dergelijke beslissingen nemen en dus moest het hoofdkantoor toestemming geven. Australië leeft echter drie uur vroeger, dus we moesten een uur wachten totdat er iemand daar op kantoor was. Inmiddels stond de nieuwe camper al bijna hetzelfde uur naast onze oude en, nou ja, geduld is een schone zaak, zullen we maar zeggen.
Toen de opperbaas in Australië zijn zegen had gegeven, ging het snel. We brachten onze spullen over en vertrokken met de nieuwe camper richting het zuiden. De tocht was de eerste uren vooral saai, maar naarmate we weer meer langs de kust gingen rijden en de omgeving heuvelachtiger werd, weer mooier en mooier. Ook de zon brak door (het was tot nog toe een saaie, bewolkte dag) en zo arriveerden we in Oamaru, een kustplaats ergens boven Dunedin. Hier zochten we een camping op.
Oamura is beroemd om zijn pinguinkolonies. Diezelfde avond hebben we er twee opgezocht. Die van de geeloogpinguin en die van de blauwe pinguin, jawel, ik ben inmiddels een deskundige. De blauwe pinguin is de kleinste pinquinsoort. In de haven van Oamura is een kolonie gevestigd in een door mensen aangelegd parkje. De beestjes komen vlak voor zonsondergang massaal het water uit en hobbelen onhandig de rotsen op en klimmen zo naar het parkje. Het is geinig gezicht, maar helaas in een snel afkoelende omgeving. Die beestjes zwemmen zo’n 12 uur in het ijskoude zeewater en komen dan weer eens de kant op. Wij zitten na een half uur op een tribune (jawel, er is een tribine gebouwd om de beestjes het water uit te zien komen!) al te bevriezen. Daar gaat de lol uiteindelijk ook wel weer van af.
Zo, we zijn eindelijk weer bij.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten